Uit de eeuwen zonder DNA-test….

0
370

Negen, nee…. dertien te veel !

Vijf en vijftig jaar geleden in een kazerne in het zuiden van het land.
We lagen met 32 man op onze dubbel-kamer en een van ons had, door zijn reputatie, de bijnaam gekregen van Jan-met-de-rappe-handjes. In het militaire tehuis, waar ook meisjes uit de stad over de vloer kwamen, kenden die hem al helemaal niet meer als Filip, zijn doopnaam. Een contact met hem was altijd erg spannend. Je wist nooit tevoren, hoe zo iets zou aflopen.
Als kamergenoten waren wij redelijk op de hoogte van zijn escapades. Hoewel we zeker niet de functie van biechtvader mochten vervullen. Maar wij waren in de zomer wel getuigen van een drama rond die Jan ! Er waren twee meisjes gelijktijdig zwanger van hem. Resultaten van de voor Jan onbekende carnaval-dagen.

We wisten het, maar we waren het ook weer net zo gauw vergeten. Totdat Jan ging lopen »werven« voor een rugdekking. Hij wist dat de ouders van een van de twee het er niet bij zouden laten. Dit meisje woonde in een min of meer naburig boerendorp. En, zo verzekerde Jan ons, zij was niet bekend met zijn identiteit. En dan, ‘s avonds in het donker met een paar pilsjes op, wie let dan nog op een soldatengezicht ? Dat weet niemand toch meer de volgende ochtend ?
Maar op een warme middag, voor het avondappel van 5 uur, kwam de sergeant de kamer binnen stormen. >>Een goede raad !!! Houden jullie je en beetje in dadelijk bij het appel, er staat wat ernstigs te gebeuren!<< Binnen 2 minuten ging het bericht door het hele gebouw. Alarmfase Rood was ingegaan.
Vijf minuten later stond het hete bataljon buiten keurig opgesteld. Maar in plaats van de Officier van Piket, die daartoe normaal aangewezen was, kwam de bataljonscommendant de deur uit en de zes treden van het gebouw naar de appelplaats omlaag. In glanstenue. Compleet met het voorgeschreven stokje onder de arm geklemd.
Zonder dat er iets was bevolen of zelfs maar gezegd was het doodstil. Toen hij beneden was aangekomen ging de deur weer open en er kwamen twee vrouwen naar buiten stappen.
De een was duidelijk ouder dan de ander. Maar zag er uit, of ze zo een afspraak moest nakomen. Iedere soldaat kon zich nog inhouden om niet even tussen de tanden te fluiten. Naast haar stond een jongere blom, maar die zag er al aardig verlept uit. Totaal onverzorgd haar, figuurtje in elkaar gezakt, maar niet zodanig, dat ieder aanwezige niet kon zien, dat ze een »vierde-maands-buikje« had! Volle medewerking verleende haar dunne zomerjurkje met een voor haar veel te wijde hals. Dit had nu ook niet direct een gunstige uitwerking gehad op het medelijden van de bataljonscommandant.
Die er desondanks geen gras over liet groeien.
Met zijn stentorstem slingerde hij een vraag naar zijn troep:
>> Wie van jullie kent deze jonge dame ?
De stilte bleef nog net zo doods als voorheen. De bedoeling was duidelijk. Er werd een schoonzoon gevraagd. Als echte strateeg gaf hij het niet op en vroeg
>>Wie is er met dit meisje op stap geweest.
De zelfde stilte, maar de spanning steeg verder.
Nieuwe poging van de kapitein !
>>Jullie blijven hier, totdat ik weet wie de dader, dan wel de vader is ! Jullie weten toch zeker nog wel, wat je met het carnaval hebt uit gevoerd?
Niemand die zich verroerde.
Laatste poging
>>Alle soldaten, die met dit meisje tijdens het carnaval zijn wezen stappen, nu uittreden !

Nu kwam er beweging inde troep ! Na twee minuten stonden er 14 soldaten tussen hun kameraden en hun kapitein in.
Het duurde even voor de kapitein zich omdraaide. Toen liep hij, met enigszins vermoeide tred de zes treden weer naar boven. En met luide stem zei hij, duidelijk tegen de moeder
>>Zo, u kunt nu uw schoonzoon uitzoeken!
En hij verdween naar binnen.
Voor de Officier van Piket het commando kon overnemen, kwam vanuit de achterste rijen zachtjes de opmerking
> Als er een zich opoffert voor de dochter, dan wil ik die moeder nog wel even naajen.
Nu klonk er duidelijk gelach, maar dat hoorden de twee vrouwen al niet meer, die achter de kapitein naar binnen gelopen waren. De veertien man werden later in de kamer van de kapitein verwacht.
 
Ook in de tijd van voor de DNA-onderzoeken werden oplossingen gevonden.
Een van de veertien vond genade in de ogen van zowel de moeder als de dochter.
En Jan ? Die is – in ieder geval tot de jaren later gehouden reünie – getrouwd met zijn tweede slachtoffer, uit de stad zelf. Dat had hij, met medewerking van zijn kameraden, aardig voor elkaar gekregen.