ter overdenking

0
121

We worden dus niet meer kwaad, want haat heeft geen zin.
?
Helaas, lukt niet. We mogen blij zijn, wanneer het bij ergernis blijft. Daar is de wereld vol
van. Steeds is er wel iemand, iets, een of andere gebeurtenis, die ons in de gordijnen jaagt.
Soms zeer onnozel, andere keer is het keer op keer.
Een goed voorbeeld is het woord TOLERANTIE.
Het woord wordt overal gebruikt, zelfs in de ontwerp-Grondwet van Europa. Aldus al een van de gronden, waarom die aanname tot nog toe niet algemeen wordt aanvaard.
Iemand of iets tolereren wil zeggen
Ik ben het er wel niet (helemaal) mee eens, maar …. bv >>Ga toch je gang maar!<<.
En dit moet dan een min of meer vrije keuze zijn.
Het gehoorzamen aan een wet of bepaling valt hier niet onder. Die zijn er om het Openbare Leven te regelen. En daar kun je – in Nederland – geen 16 miljoen mensen om hun mening vragen. Al suggereert de politiek van wel. Wie de wetgeving van zijn land niet kan »tolereren« kan het beste emigreren. Maar vraag dan wel de wetgeving van het uitverkoren land op, om niet als een landloper over de hele wereld te moeten zwerven.

Tolerantie is dus een persoonlijke zaak. En daarmee komt de overvaller al de winkel binnen.
In hoeverre is men vrij om tolerantie te tonen ?
In het geval van een niet overdrachtelijke overvaller kun je je afvragen, of het iets met tolerantie te doen heeft, wanneer je dan zegt >>Haal de kassa maar leeg en kijk verder niet naar mij.
Voorwaarde is dus al, dat er van een vrijheid om te beslissen wordt uitgegaan.
Maar hoe kun je van een vrijheid van beslissen spreken, wanneer >tolerantie >van bovenaf< wordt opgelegd ? Dit is dus al in strijd met een andere heilige koe van onze tijd de privacy. Zegt men dan niet (terecht?) >Dat maak ik dan zelf wel uit< ?
Komt dit in bepaalde gevallen veel voor, dan maakt men er een wet van en dan treedt de toestand in werking, die ik boven beschreef.
Zo lijkt tolerantie alleen nog maar toepasselijk in een »een op een« verhouding.
Ik, autochtoon, tolereer, die of die allochtone familie als mijn buren.
Maar wie ben ik dan wel, die dit mag en kan zeggen ? Ben ik meer, of beter dan die familie?
En wie maakt dit dan uit ? Ik zelf, of onze burgemeester ?
Laten we het eens omdraaien. In Amsterdam West vindt een straat vol met Antillianen en Marokkanen het goed, dat er zich een familie uit Heemstede vestigt. Ziet u het voor u ?
Mag ik concluderen, dat het een machtsspel is ?
De meer-machtige vindt goed dat de minder machtige iets doet, wat de tolerante eigenlijk niet zo leuk, of goed vindt. En vergeet de omgekeerde situatie.

Beste mensen. Laten de het hele woord vanaf het witte en groene boekje, tot alle wetgevende boeken maar schrappen.

Er bestaat al eeuwenlang zo’n prachtig alternatief.
Daar is geen sprake van meer en beter tegenover minder en slechter.Geen sprake van macht en onderdanigheid.Het ouderwets, maar zeker actuele bijvoeglijk naamwoord mag je er rustig bij vergeten.
(christelijke) Naastenliefde.
Met deze gedachte als uitgangspunt kunnen verstandige mensen met elkaar blijven praten.
En dat is beter dan tolereren.