Spinoza’s droom [5] hier: Spinoza over de droom

0
47


Met dit blog eindig ik de reeks over Spinoza’s droom en
sluit ik hiermee tegelijk aan bij het eerdere blog “De verbeelding zien als
kracht, ja zelfs als deugd bij Spinoza”. Hiermee heb ik dan een bruggetje naar
nog eens een of meerdere blogs over het onderwerp ‘imaginatio’ en met name de
vraag naar de veronderstelde positieve waardering waardoor Spinoza de kracht
van de imaginatio als virtus zou zien. Daar kom ik  dus nog op terug.


Nu eerst Spinoza over dromen en de droom. Aan het eind van
het lange Scholium bij 3/2, waarin Spinoza uitvoerig toelicht dat het denken
het lichaam niet kan beïnvloeden (en omgekeerd), het Scholium waarin de door
Deleuze beroemd gemaakte passage voorkomt dat niemand weet waartoe het lichaam
in staat is (quid corpus possit, nemo huc usque determinavit), schrijft hij het
volgende over dromen:


Wanneer wij echter in onze dromen
spreken, dan denken wij dit op grond van een vrij besluit van de geest te doen
en toch spreken wij niet, of als wij spreken doen wij dit op grond van een
onwillekeurige beweging van het lichaam. Wij dromen verder dat wij voor de
mensen iets verbergen, en dit op grond van hetzelfde besluit van de geest dat
ons hierover doet zwijgen, als wij wakker zijn. Wij doen ten slotte in onze
dromen op grond van een besluit van de geest bepaalde dingen, die wij wakker
niet durven. Ik zou daarom graag willen weten of er in de geest twee soorten
besluiten zijn, namelijk ingebeelde en vrije. Indien men echter de dwaasheid
niet zover wil voeren, dan moet men erkennen dat het besluit van de geest
waarvan men aanneemt dat het vrij is, zich niet onderscheidt van een
verbeelding of een herinnering en hetzelfde is als de bevestiging die elk idee
als zodanig noodzakelijk insluit (zie stel. 49 van dl. 2). Deze besluiten van
de geest ontstaan in de geest dus met dezelfde noodzakelijkheid als de ideeën
van feitelijk bestaande dingen. Wie echter meent dat hij op grond van een vrij
besluit van de geest spreekt, of zwijgt, of iets doet, droomt met open ogen.” [Vert. Henri Krop]