Spinoza vond zijn argumenten tegen teleologie al bij Aristoteles

0
4

Voor wie, zoals ik, reeds vele malen – genietend – de Appendix op deel I van de Ethica heeft gelezen, zoals we die ook weer twee zaterdagen terug lazen voor de eerste Spinozahuis-bijeenkomst over de Ethica, is het verrassend op een dag de argumenten van Aristoteles vóór teleologie in de natuur te lezen. Alvorens met die argumenten te komen geeft Aristoteles eerst de visie volgens welke alles een zaak van toeval en noodzakelijkheid is; ik zal die zo citeren. “Een dergelijke gedachtengang geeft ons te denken,” besluit hij. Wel, dat is Spinoza nog eens gaan doen.

Spinoza geeft in die schitterende Appendix (ik vind het een van zijn mooiste teksten) argumenten tegen de doelgerichtheid in de natuur: de algemeen voorkomende bevooroordeelde veronderstelling dat alles in de natuur, net als de mensen zelf, gericht is op een doel. Het is aardig hoe hij daarbij gebruik maakt van de argumenten en gedachtengang van Aristoteles. De analogie met de menselijke ambachtsman, bijvoorbeeld, die Aristoteles kennelijk een sterk argument pro teleologie achtte, haalt Spinoza onderuit.
Maar nogmaals, het is aardig om te zien hoe ook de denklijn tégen teleologie al grotendeels door Aristoteles is geschetst. Het zou tot Spinoza, en nog meer tot Darwin duren voor dit de wetenschappelijke lijn werd.