Spinoza vader van de moderne "wending naar het subject"?

0
26

Vanmiddag hield prof. dr. H. van den Belt, die sinds 1 september 2012 werkzaam is aan de Rijksuniversiteit Groningen als bijzonder hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond in de Protestantse kerk in Nederland, zijn oratie. De titel ervan luidde: “‘Kan een mens wel zeker zijn?’ Een moderne vraag in een disputatie van Herman Ravensperger (1586-1625).” In 1619 verdedigde een van diens Groningse studenten, Johannes Henricus Hardenack (ca. 1595-1624), 56 stellingen over de theologische vraag of een mens in dit leven wel zeker kan zijn van zijn zaligheid. Het ging dus om de vraag waar de ‘heilszekerheid’ van de gelovige vandaan komt.

Voor Van den Belt lagen daar de wortels van de moderne tijd. En niet bij Spinoza bij wie die volgens Jonathan Israel te vinden zouden zijn. Van den Belt vat Israel’s visie aldus samen: “Jonathan Israel stelt dat de belangrijkste denkbeelden van de Verlichting in de tweede helft van de zeventiende eeuw zijn geformuleerd. De waarden van de westerse wereld – democratie en mensenrechten, vrijheid en gelijkheid – zijn volgens hem te danken aan het proces van rationalisering en secularisatie dat inzet bij de radicale Verlichting, zich doorzet ten koste van de gematigde Verlichting die geloof en rede met elkaar wil verzoenen en zich plaatst tegenover de orthodoxe contra-Verlichting die aan een verouderd paradigma vasthoudt. De echte vernieuwing is te danken aan de school van Baruch Spinoza (1632-1677), die als eerste vrijheid, gelijkheid en democratie afleidt uit een consequent naturalisme. Volgens Israel draait het intellectuele debat tot 1650 slechts om confessionele vragen. Ondanks de scheur die de Reformatie in de Europese cultuur brengt, is er tot en met de eerste helft van de zeventiende eeuw een gezamenlijke christelijke cultuur waarin alle belangrijke intellectuele debatten cirkelen rondom de vraag wie het goddelijk monopolie op de waarheid bezit.”