Spinoza en Humpty Dumpty over ‘gloria’

0
9

Voor een goed gesprek, en zeker voor een filosofische resp. linguïstische discussie, is het zeer gewenst dat we – waar maar mogelijk – over goede definities beschikken van de termen die we gebruiken. Hoe vaak zitten we elkaar niet in de haren, waarbij voor de oplettende toeschouwer (of zelfkritische en –reflexieve deelnemer aan een debat) blijkt dat er op verschillende sporen wordt voortgegaan; of dat men zelfs tijdens het gebruik de inhoud van de termen doet verschuiven. Spinoza doet zijn uiterste best om zijn termen te definiëren.

Zo geeft hij in zijn lijst van definities van emoties aan het eind van het derde deel van de Ethica de volgende 30e definitie van een gevoel, te weten Gloria (waarbij je meteen het probleem krijgt: hoe vertaal je ‘gloria’? Als het goed is, is de definitie of anders het gebruik daarbij weer een hulp):

“Gloria est Laetitia, concomitante ideâ alicujus nostrae actiones, quam alios laudare imaginamur.” “Trots is de blijdschap vergezeld van de idee van een handeling van onszelf waarvan wij ons verbeelden dat anderen haar prijzen.” [Vert. Corinna Vermeulen, die er in voetnoot 150 op wijst “dat ‘gloria’ zowel ‘trots’ als ‘roem’ betekent; in de Ethica zijn die twee niet duidelijk te onderscheiden”]. Spinoza vatte in deze definitie samen wat hij eerder in 3/30s, 3/39s, 3/42, 3/52s en 3/56s aan de orde had gesteld [met dank aan de inhoudsopgave van Henri Krop].

In deel 4/58 voegt hij daaraan de stelling toe: “Gloria rationi non repugnat, sed ab eà oriri potest.” “Trots is niet in strijd met de rede maar kan daaruit ontstaan.” [Vert. Henri Krop, bij wie in 5/36s in het verband van de eeuwige verstandelijke liefde voor God ‘Gloria’ ‘heerlijkheid’ wordt, terwijl het daar bij Corinna ‘trots’ blijft]. Enfin dit om te laten zien hoe ’n belangrijke term ‘gloria’ voor Spinoza is die hij eenduidig wilde gebruiken.