Samuel Taylor Coleridge (1772 – 1834), Spinoza en ‘Ode on the Departing Year’

0
20

Samuel Taylor Coleridge, by Peter Vandyke, 1795 - NPG 192 - © National Portrait Gallery, LondonIk neem de titel van Coleridge´s lange ´Ode on the Departing Year’ uit 1796 om met een laatste blog dit jaar af te sluiten. Over die ode zal ik het verder niet hebben; die is voor de liefhebber hier te vinden.

Al langere tijd wil ik een blog wijden aan de fascinerende Romantische dichter Samuel Taylor Coleridge. Vooral ook omdat hij zich veel met Spinoza heeft bezig gehouden. Ik heb al veel materiaal over hem verzameld, maar ik merk almaar meer dat moeilijk vat op hem te krijgen is. Hij wordt als de meest filosofische Engelse dichter gezien, maar is dat een beetje zwalkend, zonder dat hij op een duidelijke eigen filosofie te betrappen is. Je komt schrijvers tegen die hem aanduiden als pantheïst, zo bijvoorbeeld de invloedrijke McFarland, maar ook wordt door anderen ontkend dat hij dat was.

Samuel Taylor Coleridge en William Wordsworth hadden samen in 1799 enkele maanden in Duitsland filosofie gestudeerd. Margaret Gullan-Whur die dit in Spinoza. Een leven volgens de rede vermeldt, schrijft op blz 346: "Coleridge rekende de Ethica tot de drie belangrijkste werken die er sinds de introductie van het christendom waren verschenen, en geloofde dat de 'mysterieuze bron, waarvan het Zijn kennis is, en de kennis Zijn is' aan ‘de gemeenschappelijke oorsprong staat' van 'de stromen van kennis en zijn' in de mens. Maar net als Wordsworth dacht hij dat de goddelijke geest de natuur van buitenaf binnen kwam en niet dat die één was met de natuur, en zo kan hij onbedoeld de indruk hebben gewekt dat zijn neoplatoons pantheïsme Spinozistisch was."

VoorkantEen boek dat dit jaar uitkwam, James Vigus, Platonic Coleridge [Volume 15 van Studies in comparative literature. MHRA, 2009], wordt aanbevolen met: “The ambivalent curiosity of the young poet Samuel Taylor Coleridge (1772-1834) towards Plato – 'but I love Plato – his dear gorgeous nonsense!' – soon developed into a philosophical project, and the mature Coleridge proclaimed himself a reviver of Plato's unwritten or esoteric 'systems'. James Vigus's study traces Coleridge's discovery of a Plato marginalised in the universities, and examines his use of German sources on the 'divine philosopher', and his Platonic interpretation of Kant's epistemology. It compares Coleridge's figurations of poetic inspiration with models in the Platonic dialogues, and investigates whether Coleridge's esoteric 'system' of philosophy ultimately fulfilled the Republics notorious banishment of poetry.

Ik blijf mij af en toe met hem bezig houden en zal misschien ooit aan een uitgebreider blog toekomen over hem en zijn relatie tot Spinoza, waarover best veel geschreven is. Nu volsta ik met het citeren van een heel fraaie passage, waarin alle ambivalentie terug te vinden is. De tekst is te vinden in een gedegen studie die dit jaar verscheen: The Oxford Handbook of Samuel Taylor Coleridge [Frederick Burwick (Ed.), Oxford University Press US, March 2009, in het hoofdstuk van Christoph Bode: Coleridge and Philosophy, op. p. 590-1]