Requiem voor een Huisgenoot

0
80

Afgelopen zondag was er een mini-opstand in Duitsland. Vorige maand was in de dierentuin van Berlijn een jong ijsbeertje geboren. Ja, natuurlijk, jong ! De eerste sinds 33 jaar in een duitse dierentuin. De berenstad Berlijn natuurlijk helemaal groos! Al is het dan een ijsbeer. Maar wat zeer modern was, helaas ook daar, de moeder heeft het verstoten. Dat komt daar ook vaker voor bij mensen. Maar in een dierentuin is dat niet zo’n punt. Er is altijd wel iemand, die zijn (vrije) tijd opoffert om voor zo’n welp iets te doen en de moedertaak over te nemen. Dat levert in ieder geval ook voor de televisie prachtige beelden op, het hele land – en kennelijk ook het buitenland – smoezelt mee. Tot zondag.
Een van de sensatiebladen komt met een artikel onder een enorme kop, de Dierenbescherming heeft verordend, dat het beestje moet inslapen. In de vrije natuur heeft zo’n beestje ook geen kans en wat zijn wij mensen, om de (die!) natuurlijke orde te doorbreken? Iedereen ontzet. Totdat op maandagavond via alle media wordt verkondigd, dat dit >>een stunt was, om de mensen eens aan het denken te zetten over de positie van Het Dier in onze moderne maatschappij! Wat moeten wij en wat mogen wij hieraan (nog) doen??<<. Maar wat blijkt, het jonge voorjaar schept de mogelijkheid het beestje aan de wereld voor te stellen. Honderden (foto)journalisten zijn er op af gekomen en de hele wereld kent Knut. Voorzichtig een pootje in het water, want dat het nat is, wist ie al. Maar wat is het dan ? Nou, dat leert hij zeker nog. En, de verzorger met de hele dierentuin achter hem verzekeren iedereen, dat het geen mensen-beer, maart een echte ijsbeer zal worden.
In Duitsland heeft men nog niet zolang geleden de wetgeving aangepast, zodat met zware straffen rekening gehouden moet worden, wanneer zoals eerder op de teevee vertoond, zware dierenmishandeling wordt gepleegd. En dat zonder nationale politieke Partij voor de Dieren. Maar ik denk, dat ook de media om medewerking is gevraagd, want sindsdien is de berichtgeving over deze afschuwelijke menselijke afwijking sterk gereduceerd.
In Nederland hebben we enkele jaren geleden de discussie gehad, of er in de (moderne) natuurgebieden, waar »wild-vee« is uitgezet door de mens mocht dan wel moet worden ingegrepen. Bij-voeren in de winter, afschieten van zieke of gewonde exemplaren. Zo hadden we ook de bevrijdingsgroepen van commercieel gefokte dieren. Liever een blote kont, dan een met bont. Kwestie van smaak, maar ik heb nooit gelezen, dat de bedrijfschap van bontverwerkers geprotesteerd heeft.
Het bestaan van een politieke partij Voor de Dieren, feitelijk een aanklacht tegen onze moderne maatschappij, wordt gestaafd door het relatief grote aantal aanhangers. Waarbij ze terecht ook nog kunnen rekenen op sympathisanten, die hun traditionele politieke partij niet in de steek willen laten.
Maar is het niet zelfs voor ons, simpele zielen, een normale zaak, dat alles, dus ook dieren, wat in de natuur thuis hoort, een zaak is, die iedereen gewoon moet accepteren? En wie, om welke reden dan ook, niet »iets« kan voelen of opbrengen, wanneer het om dieren gaat, laat die dan eenvoudig >>de andere kant opkijken<< ! Zoals je ook doet bij maatschappelijke verworvenheden, die niet de jouwe zijn.
Ik denk, dat christenen het iets makkelijker hebben. Want die hebben zich vast ooit bezig gehouden met de vraag, waarom in het scheppingsverhaal de mens op de laatste dag geschapen is ? Omdat in de »dagen« er voor de rest van onze wereld haar bestand gekregen heeft, zoals een ouder voor een kind een zandbak bouwt. Ga daar maar lekker in spelen, maar pas op, dat je geen zand naar buiten gooit ! En ook elkaar het hoofd niet inslaan met je schepjes !
Maar 18 april was voor ons huishouden ook een bijzondere dag. Die met dieren te maken had. Meer dan 30 jaar is minstens één hond deel gewest van ons huishouden. Naast de nodige (en soms onnodige) zorgen en kosten weten we, dat het juist de hond is, die op gepaste wijze de mens dienstbaar kan zijn. En dat al eeuwen lang heeft bewezen. Maar al zou je de specifieke eigenschappen van de hond niet hoeven gebruiken, gewoon door z’n aanwezigheid kan een mens zich met een hond beter voelen. Meest is het ook de aanleiding om je te bewegen, want dat is voor iedere hond wel de belangrijkste voorwaarde.
Ik zie het tafereel nog voor me. Ik werd naar de keuken geroepen. Midden op de keukentafel een kartonnen doos met vier smoeltjes en een gezicht er boven. Als pa er bij is, worden de bovendelen opengevouwen. Ik weet nog van niets, heb ook geen idee van wat me te wachten staat. En dan zie ik onderin, op een stel oude kranten en een nog oudere handdoek een bruingeel hoopje. Echt, ik was even kwaad !
>Wat moet dit hier in huis ??
Vijf stemmen >>Ach pa, mag ie blijven ?? Ja, toe nou ! Hij is zo lief !
Ja, dat zie ik ook. Om me een houding te geven zeg ik
>Nou vooruit, als ik hem een naam mag geven !
Ik hoefde maar naar die vier, vijf gezichten te kijken en geheel onkundig omtrent de regelgeving van de honden-naamgeving zei ik
>Ĝojo ! – het woord betekent Vreugde ! Maar binnen de kortste keren maakten mijn niet-esperanto-kinderen er Jojo van. Nou, ook niet erg.
Wat was de geschiedenis achter deze plotselinge en onaangekondigde gezinsuitbreiding, waarin ik nu eens geen enkele rol in gespeeld had?
Mijn vrouw was op huisbezoek bij een alleenstaande moeder geweest, die voor haar kleine kindje een speelmaatje gekocht had, dat twee dagen eerder was afgeleverd. Maar het beestje was minstens twee weken te vroeg bij de moeder vandaag gehaald, zonder enige ervaring met een mens, dus na twee dagen was er genoeg in huis geplast en gepoept en afgekloven, dat het vrouwtje een post-hondstrauma had opgelopen. Ze was nog maar net, dat van haar kindje te boven. Of mijn vrouw het beestje alstublief maar wilde meenemen. Ze hoefde er geen cent voor te hebben.
Stel je eens voor, dat ik NEE had gezegd !
Het was onze eerste hond. Een ras ? In Rotterdam zeggen we dan Roteb-terriër. Maar dat gaf niet. Jojo gaf ons vanaf het eerste ogenblik iets van haar vreugde. Ze deed haar naam eer aan. Alleen wisten we toen nog niet, dat deze gratis opsteker de duurste hond zou worden, die we in de ruim dertig jaar er na hadden. Hadden ze toen nog hoeden gedragen, dan had onze dierenarts, wanneer hij mijn vrouw tegen was gekomen, zeker zijn hoed afgenomen ! De volgende was ook een miksling, die niet goedkoop was. Maar daar hebben we meer, vanuit ons goede hart, verdriet dan vreugde gehad. Daarna volgende een bouvier.
In mij ouderlijk huis hadden we vaak de tweedelige »plaatjes«-roman gelezen, die we aan een destijds fameus beschuitmerk te danken hadden, van Snoet, de bouvier, die Wilde Jaren beleefde samen met zijn vriendje, een jongen van onze leeftijd. Vandaar een bouvier en vandaar de naam Snoet, die toevallig wel binnen de regelgeving paste.
Na Snoet was er al een schapendoes. Voor mij persoonlijk de ideale hond. Je kunt niet alle ervaring met een hond aan ‘n ras toeschrijven, want iedere hond heeft daarbinnen ook zijn persoonlijkheid. Maar deze was een dier tussen wie het met mij klikte.
Minder met onze laatste hond en juist van die moesten we deze week afscheid nemen. Na ruim twaalf en een half jaar. Een reële lege plek in huis. Omdat zij als jonge hond de twee eerste rieten manden had weggekloven was er voor haar een plastic bak in de hal. Dat smaakte veel minder lekker en daarom kon die »mand« ook als doodskist dienst doen. Ze was niet meer te vervoeren op een andere manier. Ze bleef erin tot in het crematorium. De vele uren, die ze met het vrouwtje en de kinderen aan het strand had doorgebracht kregen een symbolisch einde, haar as werd >over zee< uit gestrooid. En hiermee kwam een definitief einde aan onze bemoeienissen met honden.
.