Reis-bij avontuur

0
1


Een reis kan een avontuur zijn. Wie reist maakt altijd wel wat mee. Wie niet te veel reist, heeft ook wat minder ervaring. Maar dat maakt het reizen op zich wel interessanter. Wie daarbij jong is, kan heel wat verdragen, wie ouder is gaat veel minder een risico aan. En bereidt zich dan ook wat uitvoeriger voor.
Je begint met het verzamelen van gegevens, wanneer het een buitenlandse reis betreft. En wanneer het vast staat, hoe de reis gemaakt gaat worden.
Het is in de tachtiger jaren, dat Freek op bezoek wil bij vrienden achter het IJzeren Gordijn. De auto, die in de familie meest door zijn vrouw voor haar werk wordt gebruikt, is nog niet oud.
Aan de hand van kaarten en informatie van ANWB en kennissen, die eerder in Tsjecho-Slowakije geweest zijn, wordt een reisplan opgesteld.
Een ervaring van bekenden heeft wel indruk gemaakt. Die waren er ook met de auto geweest en er buiten hun schuld bij een ongeluk betrokken geraakt. Toen zij het land weer wilden verlaten, werden zij bij de grens tegengehouden. Men vroeg hen naar de »documenten van het ongeval«. Onwetend van zo’n verplichting hadden ze die niet. Waarop hen de uitreis werd verboden. Het duurde twee weken voor alles, wat er ambtshalve over was geproduceerd vanuit Brno naar de grens was opgestuurd, zodat de opgelopen beschadiging aan de auto verklaard was. Pas toen mochten zij naar huis terugkeren.
Freek had geen ervaring met lange autotochten, een dagje op en neer vanuit het Westen naar zijn broer in Enschede of zijn zus in Kerkrade was wel het maximum. En nu moest het een reis van twee weken worden met zo’n 3000 kilometer voor de boeg.
Vandaar het volgende reisplan. Op zaterdag vertrek naar Kerkrade. Op zondagmorgen doorreizen. Geen vrachtverkeer in Duitsland. Maar de eerste 200 kilometer zaten er al op ! Zijn reisdoel lang relatief kort na de duitse grens, dus die langere rit moest te doen zijn. Alle papieren waren in orde, de koffer was gepakt, er was getankt. De reis kon beginnen.
Zaterdagmorgen om half tien wordt de laatste tas in de auto gezet, afscheid genomen van de familie en wegwezen! Maar al bij het wegrijden vanaf de parkeerplaats is er iets vreemds. Het stuur trekt. Dus na 15 meter de auto langs de kant. Een snelle inspectie toont aan dat de rechtervoorband zo plat is als een toenmalig kwartje. Zijn vrouw zal de wagen niet opzettelijk op vrijdagmiddag zo hebben weg gezet, dus er is geen ruimte voor boosheid. Maar vervelend is het wel.
Nu beschikte de auto over wieldoppen, die de jonge leeftijd van de auto aardig onderstreepten. Om echter een wiel te wisselen, moest die er natuurlijk wel af. En daar had Freek dus gereedschap voor nodig, dat hij niet bezat. Verder moest het met de nodige voorzichtigheid gebeuren want een dergelijke versiering zit er niet voor niets op. Hij besloot – zijn familie liet zich niet meer zien! – door te rijden naar de benzinepomp, die door hen werd gebruikt, omdat ze nabij de oprit van de rijksweg gelegen was. Een pompbediende zou wel even helpen. Met een droge knal kwam de wieldop op straat terecht. Na het wisselen van het wiel echter bleek hij niet meer zo maar terug geplaatst te kunnen worden.
Freek reed naar Zuid Limburg. Omdat hij het risico niet aandorst de volgende 2800 kilometer zonder reservewiel te moeten rijden, werd er door zijn zwager een garage ter plaats gezocht, waar men ondanks de zaterdagmiddag bereid was de lekke band te repareren. Dit lukte en op zondagmorgen om kwart over acht kon dan de reis beginnen.
Bij de eerste tank-stop schrok Freek toch wel een beetje. Het reservewiel oogde in vergelijk met de andere drie wel erg zwart en vies. Wie zal zeggen, dat die communistische autoriteiten over twee weken hieruit ook een deelname aan een ongeval zullen maken ?
Het is al tegen de avond wanneer de duits-tsjechische grens werd bereikt. Freek nam het zekere voor het onzekere en de man, die zijn auto en koffer en tassen inspecteerde werd gevraagd, om de »schade aan het wiel« in zijn paspoort te noteren. Maar die vond zich daartoe niet geroepen en verwees Freek door naar het bureau. Toen hij zich daar meldde, kwam een wat oudere beambte mee naar buiten. Die verklaarde in een mengelmoesje van tsjechisch en beijers-duits, dat dit geen bezwaar zou zijn, maar als hij zich ongerust voelde, moest hij morgen zich maar bij de plaatselijke politie melden. In Nederland noemen we dit dus »afschuiven«.
In de woonplaats van de vrienden ging Freek met hen de volgende dag »op stap«. Bij het derde bureau op een pleintje, dat allang niet meer als politiepost herkenbaar was, bleek men bereid om er enige aandacht aan te schenken. Zij waren naar binnen gegaan. Freek was bij de auto gebleven. Het enige, dat hij zag was, dat een beambte, kennelijk bang voor de omlaag stromende regen, vanachter een raam op de 1e verdieping naar hem en zijn auto keek en knikte. Tien minuten laten kwamen de vrienden naar buiten met een klein briefje, waar naast een groot stempel in het tsjechisch geschreven was, dat >>Houder dezes met een ontbrekende wieldop het land was binnen gekomen<<.
Toen het bezoek achter de rug was, werd in ieder geval aan deze grenspost niet naar enige beschadiging verder gekeken. Maar ‘n risico zou het dus nooit geweest zijn.
Twee weken later heeft de dealer van het automerk geprobeerd de dop weer terug te zetten. Hetgeen niet gelukte. En omdat die wieldoppen niet meer geleverd werden, bleef de auto de daaropvolgende jaren met één »zwart« wiel rijden !
Familie aandenken aan Tsjecho Slowakije, dat uit Nederland zelf stamde !