Oefenen ideeën invloed uit op maatschappelijk zijn?

0
2

Van Verlichting onder vuur heb ik zojuist het eerste deel gelezen. Indrukwekkend zo’n turf als Israel hiermee geschreven heeft (1184 blz., 2350 gram!). Het is wel een boek waar je even mee bezig bent. Onderaan geef ik een link naar een bespreking van Rob Hartmans uit 2006. In dit blog wil ik iets aan de orde stellen dat mij in dit eerste deel opviel. Israel geeft aanleiding tot de in de kop van dit blog gestelde oude (marxistisch klinkende) vraag.

Israel gaat enigszins in discussie met andere historici en geeft een zekere verantwoording van zijn methode van geschiedschrijving. Hij schaart zich achter allerlei eerdere critici van de ‘oude’ intellectuele geschiedschrijving. Maar hij is het niet eens met moderne richtingen van sociale geschiedschrijving, waarin men aan intellectuele debatten nauwelijks nog aandacht geeft. Voor ‘geestelijke factoren’ is, zo stelt hij, nauwelijks nog aandacht, terwijl harde, materiële en sociale factoren de werkelijke geschiedenis zouden bepalen. Hij betwist dat.

Hij staat een soort samenvoeging voor van de diverse richtingen die sinds de 60-iger jaren ontstonden vanuit kritiek op de oude aanpak van ideeëngeschiedenis die teveel accent legde op een canon van boeken van centrale denkers. Voor het soort amalgaam dat hem voor ogen staat noemt hij:

— de zogenaamde diffusionistische school (á la Robert Darnton), die zich vooral richtte op de wijze waarop ideeën zich via uitgeverijen, boekhandels en leeskringen e.d. verbreidden;

— de zogenaamde Cambridge School van John Pocock, Quentin Skinner en Richard Tuck met hun nadruk op de tekstuele en linguïstische context en ’t retorische van vooral politieke ideeën, zoals ze in politieke debatten gehanteerd worden;

— de in Duitsland ontwikkelde Begriffsgeschichte van Reinhart Kosseleck en Rolf Reichardt die zgn sleutelideeën natrokken.