Noël Aubert de Versé (1642/45 — 1714) Spinoza: le plus subtil Athée

0
367


Was een nogal zwalkende filosoof-theoloog en voormalig
Franse oratoriaan en naar het schijnt uitgegroeid tot vrijdenker. Zwervend door
Frankrijk, Nederland (van 1679 tot 1687 in Amsterdam), Duitsland (Hamburg en
Dantzig), Engeland en weer Frankrijk (1690), maar ook zwalkend tussen
katholicisme, calvinisme, socianisme, sympathie voor de collegianten – als een
balletje in een flipperkast: wel drie keer bekeerde hij zich terug tot het
katholicisme. Maar voor Bayle was het de vraag of hij dat oprecht was en of hij,
ondanks zijn bestrijding van het spinozisme (in L'Impie convaincu ou Dissertation contre Spinoza) niet veeleer
toonde een radicale spinozist te zijn. Met name in zijn laatste werk, Le Tombeau Du Socinianisme, zou hij dat radicale
spinozisme laten zien, volgens Bayle dus, is te lezen bij Israel. 


Is het in het algemeen al niet eenvoudig te achterhalen wat
iemand werkelijk vindt, bij iemand wiens meningen via de flipperkast gaan,
lijkt me dat nog moeilijker. Hij was, daar wijst Jonathan Israel op, een groot
voorstander van tolerantie, wat me vooral voor zo’n zoeker begrijpelijk lijkt. Hij
vond dat geloof door filosofie gerechtvaardigd moest worden, maar meende dat
Bredenburg daar te ver in ging en zo spinozist werd – hij mengde zich met twee
pamfletten in de Bredenburg-debatten. In L'Impie
convaincu ou Dissertation contre Spinoza
vond hij dat vooral aan het
cartesianisme dat de fundamenten, de wortels van het spinozisme uitmaakte, de
bijl moest worden gelegd om ruimte voor geloof en moraal te krijgen. In het
voorwoord in dat boek noemt hij Spinoza “le plus impie et le plus fameux mais
au même temps le plus subtil Athée que l’enfer ait jamais vormi sur la terre."

[De titel vol uitgeschreven: L'Impie Convaincu, ou Dissertation contre Spinosa. Dans laquelle l'en refute les fondements de son Atheisme. L'on trouvera dans cét Ouvrage non seulement la refutation des Maximes impies de Spinosa, mais aussi celle des principales hypotheses du Cartesianisme, que l'on fait voir être l'origine du Spinozisme. Amsterdam, 1684]