Niemand weet wat het Universum vermag

0
38

Niemand weet wat het Universum vermag

Dag Universum – geheimzinnig, eeuwig oneindig Individu,
door ons via ervaring van ons lichaam gekend als dubbelding,
met één kant en tegelijk & evengelijk een andere kant,
zus materie (body & brains), zo denken (mind of geest).
Maar ‘samen’ één Universum (zonder aparte geestelijke wereld).
Aan die materie kleeft – kennelijk – de mogelijkheid tot denken.
Maar geen zwevende gedachten – ideeën vergen materiële breinen,
die hebben zo’n bolletje als de aarde nodig,
waarop leven, een diversiteit aan strijdende levensvormen,
evolutionair via natuurlijke selectie
… en eindelijk de mens kon ontstaan –
en toen konden er gedachten en kennis en wetenschap komen.
Alleen zo – uit overlevingsdrang en nieuwsgierigheid.
Je wíst niet dat je denken kon, hè Universum,
tot je ons had gemaakt, en wij voor jou dachten.
Hoe wist je hoe je ons moest maken?
Je wist het niet en toch deed je het.
Natuur, God, hoe kon je ons denken, maken?
Ons maken zonder voorafgaande kennis en plan.
Hoe konden wij ontstaan en zien dat het geen zin heeft?
Spinoza ging met ‘intellectus infinitus’
zogenaamd mee met Scholastieke theologen
(voor wie God eerst dacht en dan schiep – ex nihilo,
vanuit zijn ‘intellectus infinitus’),
en zei in Ethica 1/16 (iets gewijzigd):
Ex necessitate divinae naturae
infinita infinitis modis sequi debent –
hoc est omnia quae sub intellectum infinitum cadere possunt.
“Uit de noodzaak van de goddelijke natuur
moet oneindig veel op oneindig veel manieren voortvloeien –
dat wil zeggen, alles wat onder een oneindig verstand kan vallen,”
vertaalt Corinna –
“wat een oneindig verstand kan bevatten”, zo Henri.
Maar dat eeuwige en oneindige verstand van God,
{eeuwige ‘denkkracht’ of beter complex van alle door elkaar aangezette eeuwige modi van denken in Ethica 5/40s ?)
ontdekt alles pas achteraf – als er gedacht en gekend wordt.
Dat vormt het grote mysterie van alles:
het ontstaat natuurnoodzakelijk allemaal vanzelf
en wordt achteraf ontdekt, gekend – niet vooraf gedacht.
De natuur doet en kan alles zonder kennen,
tot er kennende levensvormen ontstaan, zoals vogels,
dolfijnen, chimps en vooral wij mensen.
Maar niemand kent de potentia van het heelal.
Heeft het conatus? ‘Poogt’ het z’n bestaan te behouden?
Heeft de mens een rol in een universele overlevingsstrategie?
Zonder doel of zin?

Niemand weet wat het Universum vermag.