Na de wedstrijd is voor de wedstrijd

0
4

In Duitsland kun je vaak horen >>Na de wedstrijd is voor de wedstrijd<<.
In de zin van : niet blijven zeuren, de volgende wedstrijd is al weer gepland.
De klok draait door en de komende taken zijn belangrijker. Aan de prestaties van daarnet kunnen we toch niets meer veranderen.

Je kunt ook zeggen >>Aan alles komt een eind!<<, maar iedereen denkt daar direct achteraan >en dan is er wel weer wat nieuws<<.

Om alles toch min of meer een beetje bij te houden gebruiken we een agenda.
Die van mij is een Esperanto-agenda.

Naast dat die gebruik maakt van de taal Esperanto, heeft die de »taak« ook over de hele wereld – het gebruiksgebied van het Esperanto – de mensen te »bedienen«. En dan blijkt onze »westerse« kalender niet uniek, maar een van een aantal kalender-systemen. Hoe de onze, de Gregoriaanse, in elkaar zit, kan men het mooist lezen bij
http://www.nentjes.info/NL/feb-29.htm .

Het leuke is, dat het allemaal maar systemen blijken te zijn, die aan het verloop van de Tijd maar weinig af of toe doen. Voor iedereen op de wereld duurt de dag 24 uur, welke naam van de maand er ook aan gegeven wordt.
De kalenders kunnen dan verschillen wat ze willen, maar naar de tijdzone, waarin een plaats – of land – gelegen is viert (bijna) de hele wereld (ook) dat op Nieuwjaarsdag, 1 januari, een nieuw jaar begint.

Een heel ander jaar gaat deze maand nog ten einde.
Het Kerkelijk Jaar, voor de Christelijke kerken.
Vier weken voor het Kerstfeest, 25 december, begint de Adventstijd. Nog meer dan het »burgerlijke« oudjaar, gaat hier de wisseling helemaal in het teken van vernieuwing. De zondagse schriftlezingen en de predikaties van de twee voorafgaande zondagen gaan over het Einde der Tijden, de Adventsvieringen zijn een voorbereiding op nieuw leven, dat met Kerstmis gevierd wordt. Zo worden de teksten van de Apocalyps en het boek Genesis tegenover elkaar gesteld. Vooral vroeger aanleiding om heerlijke »donderpreken« te kunnen houden.
Een mooie traditie was (is?), dat in de Katholieke kerk de laatste zondag van dat kerkelijk jaar het feest van Christus Koning gevierd wordt (werd). Waarom dat geen oecumenisch feest geworden is, begrijp ik nog steeds niet, omdat het als begrip wel in (sommige?) protestantse kerken wel wordt erkend. Misschien wel, omdat in de r.k.-kerken zogenaamde »progressieve« geestelijken al een aantal jaren als hun mening geven, dat >>het koningschap niet meer van deze tijd is<< en je het dus zeker niet in dit verband meer moet gebruiken. Maar op die manier kun je iedere traditie wel de das om doen. Zelf uit de hoek van niet-conservatieve gelovigen kwam dan ook commentaar, dat zo >> een boom van binnenuit verrot<< en dit een gevaarlijke situatie is. Die mensen hebben helaas in zeker opzicht gelijk gekregen, er worden meer kerken voor andere doelen »omgebouwd«, dan nieuw-gebouwd. En wanneer er dan nog nieuwe kerken ontstonden, dan zijn die, ondanks alle goede wil en >penningskes van de weduwe< na afzienbare tijd weer afgebroken. En is hun groei en bloei alleen nog in de annalen terug te vinden.