Mark Behets over "Spinoza’s eeuwige geest"

0
5

Graag wijs ik hier op een artikel dat Mark Behets gisteren op "Spinoza in Vlaanderen" bracht, getiteld: "Spinoza’s eeuwige geest."
Het is aldaar te downloaden.
Hij gaat in op onderwerpen zoals ze hier in vele blogs aan de orde werden gesteld en waarop ook Mark Behets graag zijn reacties plaatste. Zo bijvoorbeeld het blog van 10-08-2014: "De eeuwigheid van de menselijke geest."

De inzet van zijn artikel is om Spinoza's concept van de "eeuwige geest" nader toe te lichten, te verdedigen tegen contra-argumentaties van Jonathan Bennett (daarop gaat hij uitvoerig in), en te laten zien dat het concept niet iets additioneels is, maar tot de kern van Spinoza's filosofie behoort en tenslotte geeft hij aan wat het belang ervan is: wat het voor ons kan betekenen.

Interessant is hoe hij eerst belangrijke bouwstenen voor zijn argumentatie behandelt, welke zijn: 1) het ‘dubbele zijnsaspect van een idee’ (het formele en het objectieve zijn), 2) het ‘Oneindig Verstand’ en 3) het begrip ‘essentie’. Alle onderwerpen die hier in vele blogs aan de orde waren. Hij vraagt zich niet af hoe we ons het oneindig verstand moeten voorstellen, en of het wel iets in de werkelijkheid bestaands is. Maar hij gaat wel in op de vraag of we zonder het oneindig verstand kunnen – anders gevraagd: of Spinoza's filosofie erzonder kan. Niet dus, is zijn conclusie.
Ik raad het artikel sterk ter lezing aan.

Ik vind het een knap stuk werk dat zeer mijn bewondering wekt. Maar ikzelf, moet ik toegeven, zie meer in de benadering van Wolfgang Bartuschat, volgens wie het Spinoza niet zozeer gaat om de (objectieve) eeuwigheid van de geest, maar meer om de subjectieve ervaring van een concrete menselijke geest die tot besef/kennis komt eeuwig te zijn en zich inpast in Spinoza's filosofisch stelsel en zo zich als eeuwig kent. De geest is niet eeuwig, daar essenties werkelijk en eeuwig zijn (Marks benadering), doch daar jij in jouw leven jezelf als in het eeuwige ingebed kent. Voor de betere uitleg ervan verwijs ik naar Bartuschat. Iets van deze benadering is wel te vinden bij Mark Behets, maar op een heel andere wijze in zijn "intuïtieve benadering" in paragraaf 3.2