Late ver-verwerkingen

0
3
Na de eerste herinneringen-stukken over mijn ervaringen van de jaren 1940-1945 opgetekend te hebben, blijkt dat er nog een grote open pot aan ervaringen bestaat.
Wil ik deze ook nog toevoegen ?
En zo ja, hoe?
Moet het een historisch overzicht worden, of zo maar… zo maar?
Ja, ik wil ze zo veel mogelijk ook opschrijven. 
Nee, geen historisch overzicht, maar als Losse Flodders.
En zo ontstond ook de categorie Losse Flodders.
Wat zijn Losse Flodders?
Wie niet met scherp schiet, heeft geen behoefte schade aan te richten.
Wie niet met scherp schiet, zal geen slachtoffers achterlaten.
Maar wie dan toch de aandacht wil vestigen, kan de losse flodders gebruiken.
Het worden dus zonder gedateerde ervaringen de wetenswaardigheden van een jongen tussen de 8 en dertien jaar. Die eigenlijk genoeg heeft aan zijn normale problemen, die deze leeftijd meebrengen. Maar dan ondergedompeld wordt in ervaringen, die je geen mens mag toevertrouwen.

De eerste »flodder« stamt uit de eerste dagen van de oorlog. We hadden in Rotterdam gezien, wat bommen kunnen aanrichten in een woongebied. Die bommen vragen niet, wie ze afgegooid hebben en niet, wie ze moeten treffen.

 
Langs de rivier was onze stad ingesloten tussen twee belangrijke benzinedepots. Dat was voor de Engelse (*) vliegtuigen al een aanleiding te zorgen, dat de duitsers deze voorraden nooit zullen mogen gebruiken. Dat kon alleen maar tegen hunzelf zijn. Dus was het een doel voor hun vliegtuigen.
Mijn ouders, vader moeder en vier zoontjes, hadden de opinie ontwikkeld, dat bij een bomaanval geen van ons apart zou moeten overleven. Een dood, dan allemaal dood. Ons werd niets gevraagd.
Beide bombardementen verlichten de stad, als was het dag. Het echte enge was, dat de »verlichting« echt door branden werd verzorgd. Het flakkerde als een gek. Maar het was wel zo licht, dat we in de huiskamer, die door een glazen serre van de tuin was gescheiden, de krant konden lezen.
Bij het klinken van het luchtalarm kwam onze »exodus« op gang. Ieder neme een deken en zijn matras. en die werden van onze hoge trap met bocht omlaag geworpen. De derde broer stond halverwege om de opstoppingen door die bocht weg te werken en de stroom gaande te houden. Alles werd naar de huiskamer gebracht, waar we allemaal in een rij op de grond werden opgebaard. Alleen onze pa bleef »wandelen« en hield het licht in de gaten. Of het niet nog intenser werd. De andere ochtend vroeg ging de processie, met heel wat meer moeite terug naar onze slaapkamers boven.
Maar dat zeer bijzonder licht, dat de hele stad verlichtte, is onvergetelijk gebleven. Je zag de »bron« niet, maar wel het effect. En dat werkte enorm onheilspellend.

Een tweede flodder is van het einde van de oorlog. Op de grens van de stad, waar ik juist met twee flessen melk de polderweg achter me gelaten had, begon het enorm te regenen. Ik probeerde zoveel mogelijk van een muurtje, dat een tuin afsloot, te profiteren. Ik stond er goed en wel, toen er, vanaf die zelfde weg een kleine stoet aan kwam. Het midden werd gevormd door een voertuig, dat we toen als »berry« aanduiden. Het staat niet meer in de encyclopedie, dus wellicht bestaat het al helemaal niet meer.
Het was een grote brancard, met in het midden twee grote wielen. De brancard was verend opgehangen. Er overheen was een huif aangebracht, die een te vervoeren patiënt tegen zon of regen moest beschermen. Ondanks de regen was deze huif voor een deel geopend. Aan voor- en achterkant waren twee »stokken« aangebracht, waarmee het voertuig als een handkar kon worden voorbewogen. Er liepen drie kerels bij, die het de regen te veel geworden was en zich bij mij tegen de muur opstelden. Een bleef bij de berry. Ik kon zien, dat daar een vrouw op lag, die vreselijk te keer ging. Gillen en schreeuwen, kennelijk van de pijn. Ze was dun gekleed, maar dat was iedereen in die fase van de oorlog. Het meest opvallend was haar enorm dikke buik. Die werd bedekt door alleen een soort onderrok. Alles was kletsnat. En de rode kleur, die het geheel vertoonde maakte het moeilijk om zo maar vast te stellen, of ze zo nat was van de regen of vanwege wat anders.
Het was dus wat anders. Uit het gesprek, dat de mannen onderling voerde bleek, dat het vruchtwater van de vrouw juist gebroken was en de noodzaak haar bij het ziekenhuis af te leveren alleen daarom al veel urgenter was, dan toen ze haar uit haar huisje langs de weg gehaald hadden. Zij, de mannen waren het er over eens, dat ze de afstand naar het ziekenhuis onder deze omstandigheden toch nooit meer zouden halen. Of ze nu hier haar kind ter wereld moest brengen, of nog drie straten verder, in dezelfde regen, dat maakte nu niets meer uit. Zij zouden ook niet met een maaltijd worden beloond voor hun moeite, dus waarom zouden ze nog verder voortgaan ? Haar gillen maakte de hele situatie zeer onaangenaam.
Ik dacht zelfs dat ze met haar kindje wel zou moeten sterven, onder deze omstandigheden. Ik kon het niet langer aanzien. Ik pakte mijn fietsje en zo snel en nat als ik kon reed ik naar huis.
Ze hebben er nog wat moeite voor gedaan om er achter te komen wat ik onderweg had meegemaakt. Maar op de eerste plaats wilde ik niet laten merken, dat ik alles al goed begrepen had met mijn dertien jaar.
En ik zweeg. Ik heb er nooit over kunnen en willen praten. Maar die door en door natte vrouw, meisje ?, van kop tot teen, nauwelijks gekleed, ben ik nooit vergeten.