Joseph Bernard Lehmans (1838 – 1866) was de eerste promoverende rabbijn, die ook nog eens doctoreerde op Spinoza

0
3


Sinds kort ben ik in het bezit van de vier delen die Jaap
Meijer uitgaf over Spinoza in zijn reeks
Balans der Ballingschap. Bijdragen tot de geschiedenis der joden in Nederland.
In
het eerste deel, “Om de verloren zoon” (1986), kwam ik de informatie tegen over
deze Lehmans, hetgeen mij aanzette tot verdere naspeuringen. Hiermee krijgt deze
J.B. Lehmans zijn pagina in het internet-universum. Meijer begon zijn tekst met
dit citaat uit


Ferd. Sassen, Hoofdstuk 7. “De herleving van het Spinozisme”
van zijn: Geschiedenis van de
wijsbegeerte in Nederland tot het einde der negentiende eeuw
(1959)


De herleving van het Spinozisme
in Nederland is verder voorbereid door twee proefschriften, door Nederlanders
in Duitsland verdedigd, dat van A. van der Linde, Spinoza, seine Lehre und deren erste Nachwirkungen in Holland (Göttingen,
1862) en dat van J.B. Lehmans, Spinoza,
sein Lebensbild und seine Philosophie
(Würzburg, 1864), die beide de herinnering
aan leven en werk van den wijsgeer ook in het land van zijn geboorte en sterven
mee hielpen oproepen. [cf.
DBNL]


Lehmans levensdata heeft Meijer niet, die zijn sinds febr.
2015 te vinden op internet. Hij was de zoon van de opperrabijn in Nijmegen, R'
Jacob Lehmans, A.B.D. en Rachel Samuel Lehmans. Hij studeerde bij zijn vader en
aan het seminarium in Amsterdam. Hij volgde er van 1856-1859 colleges klassieke
letteren, legde in Utrecht het kandidaatsexamen af. Z´n rabbijnse studies
voltooide hij in Eisenstadt in Hongarije in de jesjiewe van Esriel (Israël)
Hildesheimer. Hij verkreeg er zijn drie
hetre houro’s
(rabbinale autorisaties) zoals de traditie vereiste. Meijer
vervolgt: “Het meest spectaculaire in deze carrière is tenslotte zijn doctoraat
in Würzburg. [..] Nog nooit had te onzent een rabbijn het tot een proefschrift
gebracht, laat staan een over Spinoza. Na Lehmans zou geen Nederlandse moré tot
1940 ooit zo’n academische thesis op zijn konto schrijven.” (p. 32)


Hij werd t.t.v. of na zijn dissertatie rabbijn in Leipa in
Bohemen (nu de Republiek Tsjechië) en overleed er op 28-jarige leeftijd.