Jenkins Thomas Philipps / Jenkinus Thomasius ( †1755) noemde Spinoza: "princeps atheorum"

0
31

Ik blijf almaar weer figuren tegenkomen over wie een blogje gemaakt kan worden. Het gaat hier om een andere Thomasius dan de Duitse Christian Thomasius (1655 – 1728) die Spinoza 'atheus ingeniosissimus' noemde (zie dit blog).

Deze Jenkins Thomas Philipps kwam van Wales, studeerde in Bazel. Hij behaalde aan de Universiteit van Utrecht een bul (zoals blijkt uit onderstaande anecdote), in welke wetenschap wordt daar niet meegedeeld. Hij zou in 1715 een functie aan het Engelse hof bekleed hebben toen hij in het Latijn en het Frans een werk schreef: Discours touchant l'Origine & le Progrès de la Religion Chrêtienne parmi la Nation Britannique. Presenté au Roi. Als volleerd linguïst kreeg hij een aanstelling als privé-leraar tussen 1717 en 1720, in welke periode hij zijn methoden uitlegde in A compendious Way of teaching Ancient and Modern Languages. [London, 21723, 41750]. Vóór 1726 werd hij privé-leraar van de kinderen van George II, met inbegrip van William Augustus, hertog van Cumberland, voor wie hij schreef: An Essay towards a Universal and Rational Grammar; together with Rules in English to learn Latin. Collected from the several Grammars of Milton, Shirley, Johnson, and others [London, 1726].

Ik ga niet alle faits et gestes vermelden. Voor dit blog is interessant dat van zijn hand (Altdorf, 1692; Basel, 1709)*, een historisch-filosofische uiteenzetting was verschenen onder de titel Historia atheismi. Thomasius behandelt daarin in afzonderlijke hoofdstukken achtereenvolgens de antieke atomisten, Epicurus, Lucretius en vanaf hoofdstuk 7 de atheïsten die respectievelijk in Italië (o.a. Pomponatius), Frankrijk (Vaninus), Engeland (Hobbes) leefden, en Spinoza, de princeps atheorum (hoofdstuk 10). Een tekst van drie bladzijden, die begint met: