Jean-Paul Sartre (1905 – 1980) wilde tegelijk Spinoza én Stendhal zijn?

0
16

Dit is zo’n mythe die een eigen leven is gaan leiden. Een erudiete polymath als George Steiner, wiens laatste boek in het Duits vertaald is als Gedanken dichten [Suhrkamp, Berlin, 2011; zie ook dit blog] geeft dit door en vindt zelfs dat Sartre erin geslaagd is. Maar wat bedoelt hij dan? Toch niet meer dan dat Sartre zowel filosoof als literator was? Maar wat heeft dat met Spinoza te maken?

Een groter verschil tussen twee filosofen is nauwelijks denkbaar. Sartre die niets van noodzakelijkheid wilde weten en vooral de contingentie benadrukte (behalve dan als het hem uitkwam Simone de Beauvoir aan zich te binden, dan kwam hem het onderscheid te pas tussen “noodzakelijke liefde” (voor haar) en “contingente liefdes” (met andere vrouwen). Sartre die alle accent gaf aan vrijheid in de zin van kiezen, uiting geven aan authenticiteit en vrije wil. Sartre die niets van “essentialisme” moest hebben en zelfs de verhouding essentie existentie omdraaide: eerst bestond je en vervolgens bepaalde je zelf de essentie van wie je wilde zijn (vandaar existentialisme). En zo zijn er wel meer verschillen. Voor Sartre was kennis bijvoorbeeld meer een middel tot maken en toe-eigening van de (je) wereld, dan van begrijpen. In L'existentialisme est un humanisme (1945) benadrukte hij de wenselijkheid van het uitgaan van de mens en verzette hij zich uitdrukkelijk tegen het opzetten van een filosofie vanuit God, “een zijnde dat absoluut oneindig is en bestaat uit een oneindigheid aan attributen”… als dat geen zich afzetten tegen Spinoza is!

Maar waarom wilde Sartre dan Spinoza (en tegelijk Stendhal) zijn?