Inutilis scientia Spinozana [45] De religieuze kleur van de Heidelbergse universiteit

0
4

Mijn enthousiaste blog over de Spinoza-opera wilde ik er niet mee 'belasten', maar er was nog een kleinigheidje. Aan de hand van enkele 'feitjes', vroeg ik mij af of Theo Loevendie zich wel goed door kenners van Spinoza en zijn geschiedenis had laten adviseren. Lange tijd, ik vermeldde het al eerder, bleef 1655 vermeld als datum van de herem en van de tijd waarin de opera zou spelen. Enfin dat werd gelukkig op tijd gewijzigd in 1656. Dat in de boventitels als datum tijdens de uitvoering van de opera 1556 voorbijkwam, zal uiteraard een typefout geweest zijn.

Maar dan de religieuze kleur van de Universiteit van Heidelberg. Ik vond allereerst wel grappig dat Spinoza door Van den Enden voor hij naar Rijnsburg zou vertrekken – Spinoza had nog helemaal niets gepubliceerd! – geadviseerd werd om de aangeboden hoogleraarsbetrekking aan de universiteit van Heidelberg aan te nemen. Nog grappiger vond ik dat die universiteit zeer nadrukkelijk als Rooms-Katholiek werd aangeduid, terwijl in de muziek iets van het gregoriaanse Credo klonk. En inderdaad begon die universiteit in de 14e eeuw als  katholiek instituut van het Heilige Roomse Rijk (in 1385 om precies te zijn), tevens eerste universiteit van Duitsland. Maar ten tijde van Spinoza was die kleur al geruime tijd geleden verschoten. Toen de keurvorst van de Palz Otto Hendrik ergens in zijn regeerperiode die van 1556 – 1559 liep [cf.], calvinist werd, werd dat ook 'zijn' universiteit. De Heidelbergse catechismus, die daar in 1563 werd vastgesteld met behulp van theologen van de Heidelbergse Universiteit (de Palz was een bolwerk van het calvinisme) zou zoals bekend vanaf de Dordtse Synode van 1619 van groot belang voor het Nederlands calvinisme worden. Toen ter sprake kwam dat Spinoza een hoogleraarschap zou worden aangeboden, was die universiteit dus al ruim meer dan een eeuw geen Rooms-Katholieke universiteit meer.

Ook grappig vond ik dat Spinoza zei dat hij er nog eens over zou nadenken, als ze hem over een jaar of tien dat aanbod zouden doen. Een vooruitwijzing uiteraard naar dat (enige) aanbod dat hem in 1673 werd gedaan. Niet velen van de aanwezigen zullen die verborgen anekdote hebben opgemerkt.