Het ‘oneindige intellect’ – is als een ladder die je afstoot!

0
2


Om mezelf weer los te maken, te bevrijden van een
zelfopgelegde plicht, schrijft ik dit blog. Ik ben er al jaren telkens weer mee
bezig, maar blijf er als ik niet oppas te lang in hangen. Vandaag precies twee weken
geleden had ik het
blog “Hoe moeten we ons toch het Oneindige Intellect
denken?” En een paar dagen later deelde ik in een reactie mee dat ik het
artikel van Wolfgang Bartuschat, “Unendlicher Verstand und Menschliches
Erkennen bei Spinoza,” uit 1992 zou lezen en bestuderen en dan op het onderwerp
zou terug komen. Dat lezen heb ik inmiddels gedaan, enige malen. Ook heb ik de
betreffende bladzijden (71-90) in zijn Habilitationsschrift, Theorie des Menschen, dat in hetzelfde
jaar verscheen, weer eens herlezen.


Ik heb van dat lezen en herlezen veel kunnen opsteken, Bartuschat
neemt je als een grotonderzoeker diep mee Spinoza in om het maar zo te zeggen.
Maar antwoord op de vragen die mij nu al zo lang bezighouden, vind ik er niet. Mijn
vraag: hoe moet/kun je Spinoza’s leer van het oneindige verstand nu echt
verstaan? Hoe past zo’n verstand in de werkelijkheid? Bestáát het intellectus infinitus ofwel de idea Dei echt? (Dat die twee als
benamingen van hetzelfde concept te zien zijn, komt later nog aan de orde.)
Moeten we dat misschien zien als metaforisch taalgebruik? Aanpassingen aan gewoon
en/of theologisch taalgebruik zoals Spinoza zo vaak doet en er zijn eigen
wending en andere inhoud aan geeft?