Hans Reichenbach (1891 – 1953) Ach, om hem nou "de anti-Spinoza" te noemen…

0
25


Hans Reichenbach werd geboren in Hamburg in 1891 in een
joods gezin (dat tot de hervormde kerk was overgegaan) en was van 1926 tot 1933 professor in de filosofie aan de
universiteit van Berlijn – hij was prominent aanhanger van het neopositivisme. Met
de komst van het nazisme kon hij het beste maken dat hij weg kwam. Hij
migreerde eerst naar Istanbul, waar hij tot 1938 doceerde, en vervolgens naar
de Verenigde Staten van Amerika, waar hij tot aan zijn dood in 1953, professor
was aan de University of California in Los Angeles. Voornamelijk hield hij zich
bezig met wetenschapsfilosofie. Een belangrijk werk van hem was


Hans Reichenbach, The
Rise of Scientific Philosophy
. University of California Press, 1951 –
books.google


Ook Spinoza trapte in “the rationalist fallacy”
Reichenbach ziet filosofie niet als een verzameling systemen, maar als een
studie van problemen – traditionele filosofie zou het vooral gaan om het stellen
van vragen. Speculatieve filosofen boden toch antwoorden, maar deden dat in een
tijd waarin de wetenschap nog geen duidelijke resultaten (ware antwoorden) had
bereikt. Het falen van die antwoorden wijt Reichenbach dan ook aan
psychologische oorzaken: hun zoeken naar zekerheid en de behoefte aan morele
richtlijnen deed hen pseudo-oplossingen aanbieden. Deze rationalistische
valkuil, n.l. dat gebruik van de rede zonder hulp van waarnemingen, werd beschouwd
als een bron van kennis over de wereld en ‘morele waarheden’. De auteur geeft
daarvan voorbeelden uit Plato, Descartes, Spinoza, Kant en anderen. De empiristen
konden dit niet voldoende pareren, daar hun de mogelijkheid ontbrak de mathematische
kennisclaims te pareren. Pas toen vroeg in de 19
e eeuw nieuwe mathematische
ontdekkingen werden gedaan, zoals van de niet-euclidische meetkunde, kon zo – aangevuld
met vooruitgang in de natuurkunde, chemie, biologie en psychologie – een nieuw
begrip van het universum en het atoom ontstaan. Dit veranderde ook de aard van
de filosofie, waardoor filosofen niet meer aankomen met ‘dictaten van de rede’
maar eerder de resultaten van de wetenschap op hun consequenties bestuderen. Tot
zover een samenvatting van de samenvatting van het boek.