George L. Kline (1921 -) "On the infinity of Spinoza’s attributes"

0
2


N.a.v. de recente posts, vooral die van Henk Keizer,  over hoe ‘infinitis attributis’ in de
godsdefinitie van Spinoza te vertalen (veel te vaak kom je “oneindig vele
attributen” of “oneindig aantal attributen” tegen), wil ik hier wijzen op het
zeer gedegen artikel “On the infinity of Spinoza’s
  attributes” van George L. Kline, dat
hij bijdroeg aan Siegfried Hessing (Ed.),
 
Speculum Spinozanum 1677 – 1977

[Routledge & Kegan Paul, London/Henley/Boston,
 1977, p. 333 – 352]. Een zeer gedegen artikel,
waarin hij nagaat in hoeverre Spinoza bepaalde begrippen als natuur, ratio,
absolutum / absolutê (resp. bijvoeglijk naamwoord en bijwoord), infinitus /-infinitê
(resp. bijvoeglijk naamwoord en bijwoord) hanteert.


Hij ontwaart twee betekenissen van absolutum en van infinitum bij Spinoza, welke laatste hij
typeert als infinitum I en infinitum II, waarbij het eerste staat voor ‘perfect
zonder beperking’ en het tweede voor ‘alles zonder uitzondering’.
Na uitvoerige
toelichting met bewijsplaatsen in Spinoza’s teksten, teveel om hier allemaal te
behandelen, komt hij dan met de volgende betekenis van de godsdefinitie: