Gedenk, dat gij stof zijt…

0
14
Worden Grafen gecremeerd
en de Crème begraven ?

Voor 1940 werd er in Nederland begraven. Wie in een rouwaankondiging las, dat de plechtigheid in Driehuis-Westerveld zal plaatsvinden, wist dat dit geen gewone begrafenis zal zijn. Dit was een stille plaats tussen Haarlem en de zee waar het enig Nederlands crematorium was gevestigd. In bossen en duinen, die het land – en vooral Haarlem en Amsterdam – tegen het zeewater beschermden.
Als christenmens had je er maar een raar idee over.
De kerken vertelden, dat men daarvoor kon kiezen en dit dan gebruikt werd om tegen de Bijbel te getuigen. Niemand, die tot as vergaan was, zal een Jongste Dag beleven, de wederopstanding uit de doden.
De wereldoorlog II bracht een totale omwenteling te weeg in het denken over crematoria.
De duitse concentratiekampen werden een vast onderdeel om te verwerken als oorlogstrauma’s. Mensen, die er totaal niet mee te maken hadden, werden deel van de na-lijdende europose bevolking. Men zag er veel over in foto’s van kranten, tijdschriften, films in de bioscoop. Mensen, die zich aangetrokken voelden door de getoonde foto’s. vooral die van de vele naakte lijven, kwamen kotsend de bioscoop uit, wanneer ze een documentaire hadden bekeken. Wie de pech had uit eigen ervaring, zoals bij bombardementen, de lijfelijke aanwezigheid van lijken ervaren te hebben, werden direct aan de weeë, zoete lijklucht herinnerd bij de aanblik van het leegruimen van de concentratiekampen.
Jawel, zij, die door gas werden gedood, werden of massaal begraven, maar dat had het nadeel van herkenning na de oorlog. Dus gaf men de voorkeur aan verbranden.
Dit betekende dan wel niet het einde van de »normale« crematoria in Europa, maar het heeft een verwachte uitbreiding in de loop van de jaren wel gehinderd.
Nieuwe oorlogen volgden en voor het elimineren van de vele nieuwe slachtoffers werd wederom op de verbranding-methode terug gegrepen.
De jaren van het Vaticaans Concilie waren voorbij en de periode van ontkerkelijking begon.
En toen begon ook het omdenken van deze christelijke bevolking wat betreft de omgang met de overleden geliefde familie en bekenden.
Nieuwe ideeën vooral van pragmatici spraken de mensen wel aan. Er werd zelfs gezegd, dat als God dan almachtig is, dan zal Hij op de Jongste Dag ook geen moeite hebben de asresten van mensen weer tot »volmaakte lichamen« te hervormen. En hiermee was in ieder geval van deze kant het »vooroorlogs standpunt« onderuit gehaald.
Een zeer moderne ontwikkeling is, dat men de crematie aanmerkelijk goedkoper heeft kunnen maken, zeker wat betreft in Nederland. De gemeenten, die van de grafrechten profiteren kunnen natuurlijk hierin een duidelijke invloed op uitoefenen. En dit overtuigt altijd veel mensen. Die dan nog de vraag meekrijgen te bedenken, dat Nederland qua oppervlakte lang niet groot genoeg is om 16 miljoen graven te »herbergen«.
Wie zich nog graag houdt aan de zo genoemde oude principes, die wil daar dan wel voor betalen.
Een voordeel van de voorkeur voor crematie is er dan toch nog voor hen, die begraven worden.
Moesten de kerkhoven, begraafplaatsen vanwege ruimtegebrek iedere 5, 6 tot 10 jaar worden »geruimd« – dat is uit het »particuliere graf overgebracht worden naar een algemeen graf – hoeft dit nu veel minder snel te gebeuren.
Een belangrijke stem in alles hebben natuurlijk de nabestaanden.
Is het in een familie niet de gewoonte – tot totaal ongebruikelijk – de doden op een begraafplaats te gedenken – dan is de behoefte aan een plaats, waar dit kan gebeuren niet aanwezig. Daarom is het toch vreemd, dat er crematoria zijn, waar een meer algemene dodenherdenking plaats vindt. Dat zou er dan op moeten wijze, dat later sprake kan zijn van enige spijt.
In de zeventiger jaren is er eens actie gevoerd tegen crematie. Er werd aan nabestaanden gevraagd hoe groot zij de kans achten, dat de verworven as inderdaad die van hun dierbare was en niet van iemand die in de zelfde serie werd gecremeerd ? En men vroeg of men dacht, dat de resten uit de kisten werden verwijderd alvorens te worden gecremeerd? Met de oorlog nog in het achterhoofd was het vaste antwoord, dat dit wel niet het geval zal zijn. Waarop dan de vraag volgde >>Hoe groot denkt u dat het percentage is van de door u ontvangen as aan verbrand hout en aan gecremeerde dode ??<<
Maar dit heeft de ontwikkeling op het verwerken van het verlies van een dierbare niet sterk beïnvloed.
Het positieve eraan is, dat men, wanneer er een overtuiging aan ten grindslag ligt, die duurdere kosten voor lief neemt en zich een plaats verschaft, waar men nog een aantal jaren de restanten van de dierbare weet terug te vinden.