Filosofie uit waanzin: de openbaring van een waanzinnige profeet [2]

0
2


In het vorige blog waarin ik begon over Wouter Kusters’ Filosofie van de waanzin [Lemniscaat,
2014], noemde ik het een fascinerend, waanzinnig, onmogelijk en gevaarlijk
boek. Dat zijn veel oordelen achtereen. Ik zal ze  proberen duidelijk te maken.


Het fascinerende


De reden waarom ik het boek, dat ik eerder al in de
boekhandel had ingekeken en teruggezet, nu toch aanschafte en ging lezen, had
alles te maken met Kusters’ bijna gelijkstelling van waanzin en mystiek. Ik was
bezig met een serie blogs over de vraag of Spinoza mysticus was. Dit hele boek
door gaat Kusters ervan uit dat er grote overeenstemming is tussen waanzin en
mystiek en op de meeste plaatsen vereenzelvigt hij ze. Hij schreef dit boek
mede vanuit zijn eigen ondervonden waanzin, die hij ziet als een mystieke ervaring.
Het is ook een van de uitgangspunten voor zijn klacht dat hij ten onrechte in
een isoleercel van een psychiatrische instelling belandde. Met dit boek verzet
hij zich tegen de hele reguliere psychiatrie die ernstige psychische
aandoeningen te lijf gaat met vooral antipsychotica. Kusters noemt ze in zijn
boek systematisch antimystica. Want daarmee vermijdt de psychiatrie om mystieke
waanzinnige ervaringen serieus te nemen en te begeleiden – om die door te maken
op een manier waarop zinnige nieuwe dingen over bestaan en wereld geleerd
kunnen worden. Al eerder had hij boeken geschreven n.a.v. en over zijn twee
perioden van mystieke waanzin. Maar met dit boek wilde hij vanuit zijn eigen ervaringen
én vanuit beschreven ervaringen van andere waanzinnigen en uit de mystieke
literatuur (Cusa, Eckhart), uit de meer fenomenologisch georiënteerde
literatuur (o.a. Merleau-ponty) en filosofische literatuur (de Eleaten, Plato,
Plotinus, Heidegger, Sartre) een filosofie van de waanzin zien op te bouwen.