Eeuwige discussie over de (on)vrije wil, de (on)verantwoordelijkheid en de zin van straffen

0
3

De discussie over de (on)vrije wil, al dan niet verantwoordelijkheid voor daden, en de zin van straffen, is al zo oud als Augustinus erover begon. Op dit weblog hadden we hierover onlangs een korte discussie n.a.v. een lezing die spinozistisch humanistisch raadsman René de Boer hield, waarin hij pleittevoor méér filosofie van Spinoza en het strafrecht en vraagtekens zette bij het uitgangspunt van de vrije wil in ons rechtssysteem [zie hier]

In toneelstukken in de XVII eeuw van Lodewijk Meijer  (1629-1681), over wie ik gisteren een blog had, en Jan Vos (ca. 1620-1667, motto: 'Het zien gaat voor het zeggen') is rechtvaardigheid vaak ver te zoeken. Met Vos maakte Meijer vanaf 1665 deel uit van het Schouwburgbestuur. J .W.H. Konst schrijft in Determinatie en vrije wil in de Nederlandse tragedie van de zeventiende eeuw [bij de KNAW]: "Zelfs personages die zich aan de meest barbaarse misdaden schuldig maken hoeven bij deze dichters geen verantwoording af te leggen. Illustratief is het levenslot van de titelheldin van het treurspel van Vos, die voor weinig blijkt terug te schrikken." Dat blijkt uit hun toneelstukken Medea, die zij elk schreven. Konst: "De achterliggende verklaring voor het rijk van het kwaad, dat zowel bij Vos als Meyer gestalte krijgt, moet gezocht worden in het regime van het Fatum dat het wereldbestel bij beide dichters beheerst. De personages zeggen allen onder de directe dwang van het Noodlot te handelen. Zij argumenteren dat zij niet in vrijheid kunnen kiezen en derhalve niet in eigen persoon verantwoordelijk gemaakt mogen worden voor het kwaad dat ze bedrijven."

Vandaag heeft Trouw twee artikelen die (toevallig?) dit thema tot onderwerp hebben. Een artikel in het kader van De maand van de spiritualiteit, waarin arts en theoloog Guus Labooy, die het merkwaardige boek schreef "Waar geest is, is vrijheid" (2007), zijn benadering nog eens uit de doeken mag doen. Voor hem is het "veel aannemelijker dat er een niet-materiële Geest is, God." En: "Als er geen geen ziel is, als alles materie is, dan hoor ik de duivel de champagne al ontkurken." Zie hier het artikel "Vrije keus is er alleen als de ziel niet het verlengstuk van de materie is."

En dan is er een discussie van het 'filosofisch elftal' of je nog kunt straffen als blijkt dat het voor ruim 60% je genen zijn die 'handelen'.