Een boeiende nadere structuurschets van de Idea Dei

0
2


Vandaag wil ik, in het vervolg op enige recente blogs,
waarin we het hadden over de Idea Dei, die uit de absolute aard van een attribuut
van God volgt – het Denken uiteraard – en dus volgens 1/21 altijd en oneindig
moet bestaan. Daarnaast is er het oneindige intellect. We zagen dat volgens de
ene interpretatie het om hetzelfde gaat (‘beide’ identiek zijn), volgens een
andere interpretatie het oneindige intellect volgt uit de Idea Dei.*)


Bij mijn speuren naar relevante teksten in die discussies
die hier woedden, want verhelderen én corrigeren van ons begrip van Spinoza is
een belangrijke taak die ieder van ons zichzelf stelt (ga ik vanuit), stuitte
ik op een zeer boeiende tekst, waarop ik in dit blog graag wil wijzen.


Het gaat niet rechtstreeks over de kwestie zelf en daarom
heb ik er niet tijdens die inmiddels afgesloten discussie naar gewezen. Yitzhak
Melamed, want een tekst van zijn hand is het waar het me hier om gaat, vermeldt
slechts in een voetnoot [#13] dat beide – Idea Dei en Intellectus Infinitus –
identiek zouden zijn.*) Verder gaat hij er gewoon van uit dat de representatie
van ideeën van ‘hun’ dingen door 2/7c gelegd is, zonder dat hij dit tracht
nader te begrijpen of toe te lichten. Het gaat in zijn stuk over het gegeven
dat er in de Ethica niet één maar
twee parallelliteitstheses bestaan: de ding-idee
parallelliteit
van 2/7 en de inter-attributieve
parallelliteit
van 2/7s. De eerste valt onder de tweede (die het zijn van
één ding, dus de identiteit stelt),
maar voegt daar (via 2/7c) de representativiteit
aan toe (n.l. dat de idee over dat ding gaat) en die geldt niet direct voor die andere, de inter-attributieve
parallelliteit. De twee parallelliteiten omvatten elkaar dus niet wederzijds. Dat
klinkt wellicht nog weinig boeiend, maar mij heeft het flink wat verhelderd. En
het was voor het eerst dat ik op dit onderscheid werd gewezen.