Deus est omnium rerum causa immanens, non vero transiens

0
3


Twee vertalingen – twee interpretaties?


Het zou kunnen zijn dat voor de juiste vertaling van deze 18e
stelling uit het eerste deel van de Ethica een "Glossary of Latin terms in
Spinoza", een pleidooi van de Australiër Chris van Rompaey, waarover
ik begin van de maand een
blog had, dringend gewenst is.


Van Suchtelen vertaalde: “God is de inwonende, niet echter
een buitenstaande oorzaak aller dingen.” Henri Krop heeft: “God is de in zich
blijvende en niet de overgaande oorzaak van alle dingen.” Corinna Vermeulen
vertaalt: “God is de immanente, maar niet de voorbijgaande oorzaak van alle
dingen.” De erbij gegeven toelichting is in de geest van die bij Krop.


Krop geeft in een eindnoot een toelichting uit Heereboord
[een inblijvende oorzaak is een oorzaak die een gevolg in zich voortbrengt –
een overgaande oorzaak vereist zowel een reële scheiding tussen oorzaak en de
stof waarop zij inwerkt, als een overdracht van iets dat het gevolg ondergaat].
En zo heb ik vanaf het begin van mijn kennismaking met Spinoza dit in mij
opgenomen. Al jaren heb ik in mij dat hét verschil ‘m dus zit in ‘t binnenblijven,
resp. naar buiten komen van ‘t resultaat, waarna je in het laatste geval (dat van transiens) twee dingen hebt. De kip is
de overgaande oorzaak van het ei: ze legt een ei dat wij kunnen rapen. Het
“kosmische ei” dat God 'legt', blijft in hem, zodat er niet twee gescheiden
dingen zijn: God en kosmos. De kosmos en alle dingen erin zijn in God, zoals we
ook in propositie 15 lezen [Quicquid est, in Deo est et nihil sine Deo esse
neque concipi potest. – Al wat is, is in God en niets is zonder God bestaanbaar
noch denkbaar].
Deze uitleg is ook volkomen in overeenstemming met hoe er in de KV op diverse
plaatsen over de causa immanens, versus de causa transiens wordt gesproken. Teveel
om hier allemaal te citeren.