D’een is d’ander niet…

0
2
Een mens smacht het meest naar dat wat hij niet is of heeft.
Een mens houdt meest het meest, van wie of wat hij nooit zal kunnen bereiken.

Dat geldt beide voor de vakantie.

Nu is er, geloof ik, niets, dat men zo verschillend kan beleven als de vakantie. Geheel naar het karakter en levensstijl van die mens zelf.

Het meest uitvoerig was daar altijd een collega mee bezig. Hij ging altijd 12 maanden op vakantie. Zoals hij zei.
Had zo’n vier maanden nodig om de gewenste reis uit te zoeken. Stond dat op papier, dan ging hij tot de uitvoering van het geplande over. Reistickets bestellen, aangepaste kleding kopen, medische zaken regelen. De plannen aanpassen, wanneer er praktische bezwaren opdoken. Dit alles kostte dan ook ruim een maand. Tot slot nam hij alle verworven documentatie door ! En dan ging het er voor 4 of 5 weken op los.
Zijn meest bizarre – althans voor mij – specialiteit was, dat hij nooit één foto maakte.
>Waarom zou ik<, zo sprak hij. >Ik kan ter plaatse de door mij gewenste ansichtkaarten uitzoeken en kopen. Die zijn altijd geslaagd, je weet wat je hebt en hoeft dat thuis niet af te wachten. Ze hebben een mij bekend formaat en zijn in aangepaste albums goed op te bergen. De kosten ontlopen elkaar niet veel en je steunt de plaatselijke bevolking.
En na terugkomst werden een paar maanden besteed aan het »inrichten van een reisverslag«, dat soms wel, anders weer niet, diende om zijn reisverhalen te ondersteunen.
Opvallend was wel, dat hij zich om land en cultuur van de bezochte landen bekommerde, maar zelden contact zocht en had met de bevolking.
>Ach, die verstaan jou toch niet en wat zouden ze van me moeten ?<

Een andere collega ging eens voor de 25e keer naar een camping aan een der italiaanse meren. Had daar zijn vaste vrienden en vriendinnen. De kinderen konden het daar ook goed vinden. En, gelukkig na zijn dood, is hij daar nog begraven ook.

Weer een andere collega, niet gehuwd, maar wel met een constante reis-vriendin, stapte ieder jaar in zijn auto, naar een plaats, die door een derde werd bepaald. Die moest in een landkaart van Europa prikken. Beviel het hun daar, dan bleven ze er de hele vakantie. Beviel het hun er niet, dan pakten ze de tent en alles ver in en trokken verder.

En totaal ander vakantiegevoel heeft een esperanto-vriend van me.
Die bezoekt ieder jaar drie esperanto-congressen. De plaatsen – op de wereld – waar die gehouden worden, bepalen, wat zijn reisdoelen zullen zijn. Op de eerste plaats vindt hij daar altijd mensen, met wie hij kan praten. Op de tweede plaats wordt het programma altijd voor hem geregeld. Omdat hij die mensen altijd kent, wil hij dat rustig aan hen overlaten.
Het is in ieder geval altijd afwisselend, want esperantisten zijn aan hun doelstelling van »wereldwijde organisatie« verplicht ook de hele wereld – naar mogelijkheden – te bezoeken. Het enige risico, dat hij neemt, is het plaatselijk weer op dat ogenblik.

Zo zijn dat een aantal mogelijkheden, die nu eens niet het jaarlijkse zwembad of strandje, of bos betreffen. Op zich ook prima, wanneer je voorkeur daar naar uit gaat. Ik weet alleen niet, of dat veel met smachten te maken heeft.