De wereld van de Vakjes….

0
25
Vorige week heb ik Koos ontmoet !
Even voorstellen ! Toen wij zo’n vijftig jaar geleden als vers-gehuwd echtpaar ons flatje betrokken, was aan de overzijde van de straat al enkele jaren een rij woningen in gebruik, die gewoon straalden van eendrachtigheid. Redelijke grote voortuin en boven iedere deur een soort baldakijn, dat gedacht was als bescherming voor diegenen, die met enige wachttijd rekening moesten houden voor ze naar binnen mochten. En daarmee vaak flink teleurstelden.
 
Hierboven was een speciaal klapraam bedacht. Groot 110 x 15 centimeter, dat bedoeld was om de achtergelegen badkamer, inclusief toilet, van frisse lucht en een beetje licht te voorzien. Van het laatste te weinig, zodat bij gebruik al gauw toch de lamp aan moest.
En zo werd dit raampje van het tegenoverliggend huis al gauw voor ons Het Oog ! De badkamer van de familie van Koos. Lange magere man, zeer vriendelijk. Eveneens als zodanig te beoordelen, zijn van boven bijna kogelronde vrouw. En hun twee bijna onopvallende kinderen, die meest in de tuin achter het huis hun vertier zochten.

Toen we wat ingeburgerd waren bleek, dat Koos bij de Post werkte. Had ik vroege dienst, dan moest ik om half vijf de deur uit en zag ik hoe het genoemde venster oplichtte: ook daar begon de dag. Maar ik had wisselende diensten en Koos moest iedere dag om zes uur op zijn werk zijn. Door mijn onregelmatige regelmaat moest ik wel iedere morgen op de zelfde tijd van ons eigen toilet gebruik maken en zo kon ik ook mooi volgen, of Koos zijn tijd niet verslapen had.
Was ik nog thuis, dan hoorde ik om half zes hoe hij op zijn Solex de steeg uit kwam brommen. En lag ik na mijn dienst om drie uur in het zonnetje in mijn ligstoel op ons balkon, dan was het om kwart over vier weer raak, als Koos de steeg weer in-bromde.
 
Later kwam het zo, dat we, Koos en ik op zaterdag- of zondagmiddag in hun voortuin wel eens een partijtje schaakten. Er werden dan twee tafeltjes buitengeplaatst voor de bank. Een voor het schaakbord, de ander voor de pilsjes of frisdrank, die Dorien ijverig als altijd kwam serveren. ‘s Zomers veroorzaakte ze daarmee soms de overwinning van haar man ! De damesmode van die tijd was tamelijk openhartig en wie was daar als jonge vent niet kwetsbaar voor ? Maar dat kostte dan wel eens een gewonnen stelling !
 
Toen wij naar een andere stad verhuisden vanwege een overplaatsing hebben we de familie nog maar zelden terug gezien. Jammer, maar zo gaat het in het leven. Je hebt en krijgt je eigen gezin, die dan weer via de kinderen nieuwe kennissen binnenbrengen. Je doet een hond op en dat levert van die kant weer kennis aan andere baasjes en vrouwtjes.
 
Maar toen ik dus vorige week in de stad was, toen was het raak!
Ik herkende Koos direct en hij mij. Spontane vreugde bij ons allebei. En er waren maar weinig woorden voor nodig om op een terrasje samen iets te gaan drinken.
 
>Ja,< zei Koos, >het wordt dit jaar al vijf en twintig jaar, dat ik van mijn pensioen mag genieten. De kinderen zijn allang zelf ouders, ik heb al vijf kleinkinderen en daar zal het wel bij blijven.<
Ik durfde er niet naar te vragen, maar hij begreep kennelijk mijn aarzeling.
>Dorien is al een jaar of zes geleden overleden. Alles wat ik altijd mooi aan haar lijf gevonden heb, was kennelijk ook goed genoeg, om kanker aan te krijgen. Een werkelijk ongelijk gevecht. Ze heeft het laatste half jaar erg geleden en dat was voor mij het ergste, dat me in het leven overkomen is. Gelukkig hebben we veel steun aan onze kinderen en kleinkinderen gehad. Maar als echtgenoot is het gat voor jou het grootst, als je vrouw wegvalt.<
 
Na ons tweede glas fris kwam het gesprek op de algemene toestand in de huidige wereld. En dat dan in vergelijking tot onze gemeenschappelijke jonge jaren. Zaken, waar we toen nog geen weet van hadden. De roerige tweede helft van de jaren zestig met de >vrijwording van de zeden<, de opkomst van het drugs-gebruik. De toename van de brutaliteit op straat met al haar geweld. Daar hadden we toen, in onze kleine stad-gemeenschap allemaal maar weinig mee te maken.
Ik heb hem maar niet verteld, wat het voor mij betekende, wanneer zijn vrouw ons via het tafeltje voor het huis van de goede dingen des levens voorzag. Waarbij ik dan met een onschuldig gezicht een vrij uitzicht aangeboden kreeg over haar welgevormde tweeling. Of, wanneer zij zich bukte, werd geïnformeerd over de kleur van haar onderbroekje. Maar omdat toen bijna alle vrouwen van haar leeftijd gelijkwijs gekleed waren, was het gevolg steeds beperkt tot weer een verloren schaakpartij.
 
Koos vervolgde > Ik heb nog wel eens lol om het feit, dat als je onze maatschappij bekijkt, we als Post toch wel een meervoudig belangrijk stempel op de maatschappij gedrukt hebben !!< Hij wachtte even en ging verder
>Ik heb het niet alleen over de klappen, die we met ons datumhamertje op iedere postzegel uitdeelden, om te voorkomen, dat ze nog eens gebruikt zouden worden. Nee, ik denk meer aan de wand in de ruimte waar we de post binnenkregen en die we dan moesten gaan verdelen. Een hele wand van die zaal als een enorme apothekerskast. Allemaal vakjes en wij maar gooien met de ingekomen post. Er waren toen nog geen benoemde stadswijken om over postcodes maar helemaal te zwijgen. En hoe ziet onze huidige maatschappij er uit ?
Vakjes, vakjes en vakjes. Als er ergens nog geen vakje voor is, dan wordt het er gauw bijgemaakt. Iedereen en alles hoort in een vakje. En, net als toen, zorg nou maar goed, dat iedereen en alles juist benoemd wordt, naar het vakje waar de maatschappij hem, haar of het heeft toegedacht. Zit je verkeerd, dan zit je fout. Zal ik maar zeggen. Het minst erge dat je dan kunt overkomen zijn misverstanden. Maar het komt gauw erger. Mijn zoon zegt dat, dat een korfballer op het voetbalveld ook niets te zoeken heeft. Mijn dochter heeft haar tweede man. Haar eerste was een vlotte ! Had vele vrolijke collega’s en sportvrienden. Een kusje was gauw vergeven, maar toen hij in een nacht zijn hand in haar pyjamabroek stak en haar maar met een vreemde vrouwennaam bleef opvrijen, toen was het gauw afgelopen.
Twee jaar later vond ze haar tweede man, die goed voor haar zorgt en haar nog twee kinderen heeft geschonken.<
Ik herinnerde men nog, dat Koos destijds graag als Rode Socialist werd beschouwd. Hij vond het ieder jaar nodig om te klagen, dat de Koninginnedag wel en de 1e mei niet officieel gevierd kon worden. Om het niet al te laat te maken durfde ik maar niet naar zijn huidige politieke visie te vragen.
Maar hij ging nog uitgebreid op zijn quasi postkantoor-vakjes maatschappij in. Bij bijvoorbeeld de politieke vakjes, daar is het wel duidelijk. Bij arm en rijk ook wel, net als bij de beroepen. Maar moeilijker wordt het als het gaat over relaties en emoties.
Want wie verstaat wat onder het een en wat is volgens een ander de bijbehorende norm ? Want daar komt het op aan, de normen. Maar wie bepaalt die ?
Onze vakjes, dat was niet moeilijk. Daar stond boven de Zeevaartstraat, de Hoge Dijk, de Appelgaarde, enz. Er was geen discussie, of het raak was of niet. Je hoefde alleen maar naar de naam te kijken, wanneer je de vakjes nog niet uit je hoofd kende. Zo is het dus tegenwoordig veel moeilijker dan toen. En zijn de normen altijd wel duidelijk genoeg ? Zelfs voor de mens zelf ?
Koos zat goed op z’n praatstoel. Na een uur ging het kennelijk zijn krachten te boven. Hij wilde kennelijk een nieuwe afspraak maken. Maar ik had het wel gehoord, van mij behoeft zo’n onuitrafelbaar onderwerp geen vervolg, wanneer het op voorhand al niet oplosbaar is.
 
We gingen als oude vrienden uit elkaar. Zouden we elkaar weer – bij toeval – ontmoeten, dan drinken we weer een glas fris samen. Ik hoop alleen, dat we dan wat anders vinden om over te praten.