De twee blikrichtingen van Spinoza

0
16


Gisteren wijdde ik een blog aan Leszek Kolakowski’s The Two Eyes of Spinoza [St.
Augustine’s Press, South Bend, Indiana, 2004] – een zeer intrigerend boek van
een kenner van Spinoza’s filosofie die de vinger legt op een zekere tweespalt
erin. Dit komt heel scherp tot uiting in de samenvattende slotpassage van het eerste
hoofdstuk dat de titel aan het boek gaf en er een uitleg van is. Graag geef ik
van die passage hier mijn vertaling.

[Stan Verdult]


“Dit zijn de twee gezichten van Spinoza, de twee ogen
van zijn denken: de ene z’n werkelijkheid vluchtende strakke blik richting de
alomvattende kracht van de Absolute, de andere op de wereld van de eindige
dingen, die geobserveerd worden door het passievrije rationalisme van de
wetenschapper.


Een oog behoort aan de apostel van het deductieve
redeneren, de volgeling van Euclides, de rationalist die poogde maar faalde
zijn metafysica op Euclidische principes te bouwen, de ander behoort aan de
mysticus.