de Ouwetjes deden het nog Best !

0
1

Een mensenleven wordt beheert door een komen en gaan. Door kennismaken en afscheid nemen. Door de Bron en de Afloop.
En daar tussen vinden we het water van de levensloop, soms als een beek, die alleen maar verkoeling en vruchtbaarheid aanbrengt. Maar die ook een verwoestende kracht kan ontwikkelen. En we zullen het allemaal moeten beleven, meemaken en overleven.

Maar we zijn ook afhankelijk – of geholpen – door allerlei zaken, die we ons aanschaffen. En, mag het dan soms lang duren, eens komt ook daar een einde aan.

In het stadje waar we eerst woonden, was »die« er niet. Daar kwam een kruidenier op vrijdag »het briefje« halen en wat daar dan op stond, werd op zaterdagmorgen thuisgebracht. Soms stond dan de slager samen met de kruidenier aan de deur. Een tijd als uit een ver verleden. Een die zeker in het Westen niet meer zal terugkeren.

 
 
Maar dan verhuizen we naar een grotere stad, waar in een nieuwere wijk een grotere flat betrokken kon worden. En hier vonden we in het daarbij gebouwd – waren we nog getuigen van ! – winkelcentrum een zaak van de Albert Heijn.
Daar moesten we wel naar toe, dus weer een nieuwe ervaring. Maar ook een, waar je zegeltjes kon kopen. De 10%, die we als kind van de Gruijter nog kende, die bestonden ook niet meer.
De zegeltjes kon je sparen en dan gebruiken om grotere zaken aan te schaffen, die je niet bij een grutterij zou verwachten. Een gezin van zes personen heeft een respectabel verbruik, dus ging het met de zegeltjes ook redelijk snel.

Zo kwam als eerste PCM-premie – zoals dat toen heette – een wasmachine ons huis binnen. Een welkome hulp in huis, vooral omdat ons moeder zich toen ook een beroep had eigen gemaakt.
De tweede aanschaf was even raak. En welkom.
Een gecombineerde infra-rood-en-ultra-violet lamp. Dat werd dan ‘s avond een hele voorstelling. Omdat er maar twee oog-beschermende brilletjes bij waren, werd er een twee ploegenstelsel ingevoerd. De lamp op de salontafel en de dames in hun flanellen jassen op hun rieten krukjes er voor, de lamp aan en dan daarna naar bed. De juiste hoogte werd bereikt door de piepschuim doos er omgekeerd onder te schuiven.

Toen de winter van 2006 haar hoogtepunt bereikte, kwam ik op het idee om de lamp weer eens op te zoeken. Die werd snel gevonden. En, oh wonder, hij deed het nog ! Dus iedere morgen 8 minuten voor de rode lamp. Een waardevolle bijdrage om zo’n rotte winter door te komen. Maar met de komst van een toch te koud en vochtig voorjaar straalde dit prachtig(e) oude instrument haar laatste glans!

Zo werd gistermorgen onze combi-lamp, nog in haar oorspronkelijke PMC-doos ter bestemder plaatse afgegeven. Nog even had ik het idee, om te vragen of het de moeite waard was, zo, als het er zou zijn, aan ‘n Albert Heijn museum te schenken. Maar we weten niet eens of zo iets bestaat.

En zo kwam na ruim veertig jaar (!) een einde aan onze bijdrage aan de PCM-zegeltjes en de gezinsleven ondersteunende hulpmiddelen, die er verkrijgbaar waren.
PS. ! De wasmachine was natuurlijk al lang door een andere vervangen!