De Hollandse Dagen

0
3
Het beleven van bepaalde gewoonten is voer voor psychologen. Er zijn zelfs gewoonten, dat de mensen, die er aan »lijden« het niet eens merken. Zij worden normaal gevonden, terwijl ze voor buitenstaanders onbegrijpelijk kunnen zijn.
Dat komt dan, op de eerste plaats, omdat men de geschiedenis van deze gewoonten niet kent. Die kan al zeer oud zijn.
Als je het over Nederland hebt, wie weet dan, dat er twee plaatsen in Nederland zijn, waar men op Sinterklaasavond een soort carnaval viert. Compleet met verkledingen, optochten met »praalwagens«, strooien onder de toeschouwers enz, enz.
Maar er zijn ook tradities, die nationaal wel algemeen zijn, maar waarbij men in het buitenland – en daar hebben we Nederlanders nogal wat van! – niets van begrijpt.
Koninginnedag, dat is iets, waarbij men zich nog wat kan voorstellen. Maar als dit dan niet (meer) de verjaardag van de koningin is, hoe komt men dan aan zo’n datum? En hoe komt men op deze dag zo buiten zichzelf om publiekelijk zich als »nationalist« te gaan gedragen?

Dat begin dan al ‘s morgens. In veel gemeenten wordt een aubade gehouden. Men verzamelt zich, meest voor het stadhuis. Daar staan dan een of meer fanfare- of harmoniekorpsen klaar. En onder aanvoering van de plaatselijk meest getalenteerde dirigent zingt Jan en Alleman de »nationale liederen«, meest onttrokken aan de Valerius Gedenkklanck. Dus nog met een duidelijk spoor van protestantisme. Maar daar trekt, vooral na de 2e wereldoorlog zich al helemaal niemand meer iets van aan. Mensen, die elkaar niet of nauwelijks kennen zingen uit min of minder volle borst, vaak uit hetzelfde uitgedeelde boekje.

De ouderen kennen de liederen nog (net) uit het hoofd, minstens het eerste couplet. En bij hen worden dan de herinneringen wakker. Van een blokfluit, of viool spelende onderwijzer, die dezelfde liederen vijftig, zestig jaar eerder trachtte te begeleiden. Teksten, die toen al archaïsch overkwamen, maar toch op z’n minst al wat gezwollen klonken. En toch verwondert zich daar geen mede-hollander zich meer over, wanneer deze of gene een traantje wegpinkt.

 
Het zelfde geschiedt na vijf dagen opnieuw bij de diverse dodenherdenkingen. Zelfs de jeugd heeft dit jaar (2006) in een enquête laten weten prijs te stellen op de herdenking van de doden, die vanaf de 2e wereldoorlog op enigerlei wijze hun leven voor het vaderland lieten.
 
Al is er veel kritiek-rijp in Nederland, wij allen voelen wel, dat we dankbaar moeten zijn voor datgene, wat zij opgeofferd hebben. Meest uit idealisme, maar ook om velerlei andere redenen. Vanwege de godsdienst van hun vaderen, niet alleen de joodse godsdienst. Maar ook, omdat het vrijheidsgevoel groter was, dan de soms als zodanig verstane bijbelse plicht zich onder de heersende heerschappij te schikken. Of uit moreel, of politieke overtuiging. Dat dwingelandij tegen ieder gevoel van rechtvaardigheid ingaat. En zij zijn nog het meest te prijzen, dat zij dit gedaan hebben om zich zelf. En niet om geprezen te worden. Of om als helden vereeuwigd te worden. Maar daarom zijn ze het wel. En daarmee zijn zij het waard ieder jaar opnieuw herdacht te worden.

Wat betekenen nu 2 minuten tegen een opgeofferd leven ?


Mag ik een voorbeeld geven ? Geen Nederlander, geen jood. Maar een vrij jonge man, een poolse pater, die hoort, dat in Auswiezs, een man uitgezocht is om gedood te worden. Hij hoort hoe de man smeekt hem te sparen voor zijn vrouw en jonge kindjes. Hij bedenkt zich niet en laat zich in plaats van de man vermoorden. Nog 50 jaar later is de familievader dankbaar voor dit gebaar. En wie in Europa zal zich nog dit geval herinneren ? Een geval uit de miljoenen doden ?