De brieven over de ‘opstanding’

0
51

De brieven die Willem van Blijenbergh en Spinoza wisselden staan vooral bekend als de Brieven over het kwaad. Komende zomer zal daarvan een uitgave bij de Wereldbibliotheek verschijnen, ingeleid en hertaald door Miriam van Reijen. De briefwisseling met Hugo Boxel staat uiteraard bekend als de Brieven over spoken. De laatste brieven die Oldenburg en Spinoza elkaar schreven, laten de botsing zien tussen een in het bovennatuurlijke en wonderen gelovende theoloog en de nuchtere, louter zijn verstand gebruikende rationalist voor wie het ‘bovennatuurlijke en wonderen’ niet kunnen bestaan. In zoverre staat deze briefwisseling model voor de grote botsing die de religieuze wereld met het werk van Spinoza zou krijgen. Het onderwerp van die laatste brieven spitst zich almaar meer toe op hét centrale punt voor de gelovige christen tevens dé waarheidstoets voor de ongelovige: de verrijzenis, de opstanding op Pasen van Christus uit de dood. Hét belangrijkste feest dat de christenen morgen vieren.

Ik stel daarom voor die brieven te benoemen als: De brieven over de ‘opstanding’. Daar die ‘opstanding’ van Jezus voor Spinoza en een Spinozist niet in de reële werkelijkheid heeft kunnen plaats hebben en dus alleen maar als verhaal bestaat, als een vertelling die allegorisch moet worden opgevat, zet ik ‘opstanding’ tussen aanhalingstekens. Door traditionele gelovigen werd en wordt het als een verhaal over een echte historische werkelijkheid gezien, een verhaal dat dus letterlijk diende (dient) te worden opgevat. Ik zeg ‘traditionele’ gelovigen (waaronder Oldenburg viel), want vele huidige theologen zien het nu ook als een verhaal over een andere werkelijkheid, waarin het vooral erom gaat over hoe je je religieus tot wereld en medemensen verhoudt.