De boer van de melk

0
3
Onze familie is deze familie enorme dank verschuldigd.
Dat werd alleen zo niet ervaren in die jaren, dat wij, ik er melk konden gaan halen. Mijn vader voorzag hen, een groeiend gezin, toch ook van de voor hen noodzakelijke textiel?
De mensen kwamen niet uit onze streek, deden hun werk, maar hadden weinig »verkeer« met het volk rondom.
Wat hun behoeften waren, daar waren ze voor in, ieder ander die ze nodig hadden, moesten zich maar naar die behoeften richten.
De hoeve lag een eind buiten de stad in de polder. Was je op de weg nabij die hoeve aangekomen, moest je een stalen hek openen en weer sluiten en je stond op hun weide.
Hier waren twee karrensporen, die je na een aantal honderden meters brachten aan de achterkant van de stal. Daar moest je omheen om op het erf te komen, waar aan de andere kant het woonhuis gelegen was.
Het weiland tussen de weg en de hoeve werd normaal gebruikt om tijdelijk het koe-vee te laten grazen. Als het zo ver was, dan moest je tussen de dieren door zien te komen. Die waren net zo onvriendelijk en koppig als hun baas. Soms tot vermaak van de boer, die het geheel op royale afstand kon staan bekijken. Maar nood breekt deugd, dus je moest wel, of je wilde of niet. Alleen, je wordt op die manier geen dierenvriend, tenminste niet naar koeien.
Er was ook een paard, dat een keer op hol was geslagen. Men bedacht het naar het erf te drijven, waar het gevangen tussen woonhuis, schuur, stal en schutting zich zou vastlopen. Helaas – hoop ik – wist men niet, dat ik op dat zelfde moment me ook op het erf ophield, de flessen melk verpakkend achter op mijn fietsje te binden. Toen het briesend dier op mij afstoof, wist ik niets anders te doen, dan met mijn fietsje tegen mijn buik, de armen omhoog te steken en hard >Boehhh!< te roepen. Het hiep mij wel, maar niet de boer. Door mijn daad, was het dier met de zelfde vaart rechtsomkeert gemaakt en holde het de boer, die hier geen rekening mee gehouden had, voorbij.
Een keer kwam ik op het erf en de boer was met de veearts bezig pasgeboren biggen te castreren. Wist ik veel. Onder duidelijk gelach van de veearts vertelde de boer, dat hij de »blinde darm« bij de varkens liet weghalen. Zou je dat niet doen, dan werd het varkensvlees bij consumptie vergiftigd. De meeste lol had hun hond, die die blinde darmpjes toegeworpen kreeg en binnen de kortste keren had opgegeten.
Buiten het gezanik, dat later plaats vond, toen we schillen moesten inleveren, dan waren er altijd klachten, dat het niet de »afgesproken« 20 kg was, was er een opmerkelijke gebeurtenis! Ik wist toen alleen, dat ik die schillen niet onderweg zelf opgegeten had. Maar dat hij toen twee keer de hoeveelheid melk verminderde vond ik wel erg.

Die geschiedenis gebeurde toen ik er een keer kwam in een enorme hagelbui. Ik mocht met de man mee naar binnen. De woonruimte had een enorme erker, die op het erf uitkeek. Toen ik binnenstapte zat de boerin dwars aan tafel. Het bovendeel van haar zwarte schort lag over haar knieën teruggeslagen. Dat stak erg af tegen het wit van de kleertjes van de dochter, die op haar schoot zat. Ondanks, dat die zeker het half jaar al gepasseerd was, werd ze nog steeds door de moeder gevoed. Haar handjes speelden met de andere borst. Omdat ze al zo groot was, werd de borst, waar ze uit dronk wat omhoog getrokken. Een massa wit vlees, met blauwe adertjes en her en daar wat roze vlekjes. Toen de boerin mijn verlegenheid zag, vroeg ze me >Wil je ook een keertje?<. Ze trok de tepel uit de mond van haar dochtertje en hief de borst nog hoger in mijn richting. Omdat het nogal wild ging, spoot er een straaltje zoetige melk in mijn richting. Ik stond aan de grond genageld. Niet zo zeer vanwege haar actie, maar nog meer om de in mijn ogen enorme donkerbruine, met bobbeltjes en kloofjes bezette tepelhof, waar een veel blankere, vochtige tepel bovenop torende. Een voor mij totaal onverwacht beeld. Ik had ooit mijn moeder gezien, die mijn broertje voedde, maar daar was alles een stuk »fijner« uitgevoerd.

Toen de boer me naar buiten leidde op weg naar de melk in zijn stal, zei hij tegen me>Zo lang als die bij haar drinkt, mag ik er niet aankomen. En krijgen we ook geen kinderen meer!< Het verband ontging mij op dat ogenblik volkomen.
 
Maar dan werd altijd de terugweg weer aanvaard. Eventueel weer tussen de koeien door. En dan maar in stilte een beetje bidden. Dat er geen controle zou zijn aan de rand van de stad.
Twee keer is de hemel me niet gewillig geweest. De eerste keer overviel de controle me. Voor me was een vrouw, die een zakje met graan had weten te verwerven. Toen ze het af moest geven, trok ze de zak open en liet de inhoud in de naastliggende sloot lopen. >Wij niets, dan jullie ook niet!<. De controleurs schrokken zo, dat ze niet reageerden en de vrouw verder lieten gaan. Door dit succes aangemoedigd, pakte ik voor hun ogen mijn twee flessen melk uit. Liet er een leeglopen over de tarwe van de vrouw. De andere fles zette ik aan mijn mond om er zo veel mogelijk van te drinken. Tot een van de controleurs de fles weg trok en op het wegdek aan scherven smeet.
De reactie thuis was niet om vrolijk van te worden. >In het vervolg doe je dit< en >in het vervolg doe je dat!<.
Het is nog een keer voorgekomen, in voorjaarstijd! Maar nu had ik de rij te controleren vroegtijdig opgemerkt. Ik keerde direct mijn fietsje en racete terug. Want daar groeide een struik tussen wegdek en slootrand. Prachtig in bloei. Mooie schuilplaats voor mijn dagelijks pakketje. Toen naar huis en ‘s avond vlak voor spertijd terug op het weer op te halen. De melk was gelukkig nog goed gebleven.