David Hume (1711 – 1776) Wetenschappelijke ethica van een overtuigd Spinozist

0
3

Aankondiging van de nieuwe publicatie van Wim Klever:

DAVID HUME (1711-1776)
Wetenschappelijke ethica van een overtuigd Spinozist
(Vrijstad 2010)

De Engelstalige ‘recycling’ van Spinoza’s erfgoed  culmineert in de magistrale Treatise of Human Nature (1739-1740) van David Hume. Het spoor van Mandeville en Locke volgend heeft hij als geen ander begrepen, dat Spinoza in zijn menskunde een rasechte natuurwetenschapper was en heeft hij diens Ethica op persoonlijke wijze herschreven in wat hij  nadrukkelijk ‘science of man’  noemt. Dit houdt in dat hij evenals Spinoza het gedrag van de mens beschrijft zonder het te willen normeren en dat hij het verklaart met dezelfde maximes die wetenschappers hanteren voor de verklaring van andere dingen of natuurverschijnselen en daarbij dus geen gebruik maakt van belevingen of gevoelens in zijn eigen bewustzijn. Alle substantiële componenten van Spinoza’s ‘afschuwelijke hypothese’ (dat moest tot eigen immunisering wel even worden gezegd!) keren bij hem terug: het volstrekte determinisme en naturalisme, het epistemologisch empirisme en de samenvatting van onze ervaringen in de algemene noties van de rede, de vele affectieve reacties als varianten van versterkende of verzwakkende aandoeningen, het resultaat hiervan in onze heilzame politisering. Ook Spinoza’s ‘natuurlijke historie van de godsdienst’, alsmede diens theorie over een puur sociaal-politieke strekking van de bijbel of Openbaring vinden volop weerklank en adhesie in zijn talrijke Essays. Hume, een eminente interpretator, transporteert en verspreidt in het Engels wat Spinoza ons in het Latijn gaf.