Burgerschapskalender (waar zou Spinoza op wijzen?)

0
4

In Trouw vandaag een klein en een groot artikel over het project waarmee de overheid tot een soort van handvest voor verantwoordelijk burgerschap probeert te komen. In het verlengde van de ‘normen en waarden-discussie’ die Balkenende indertijd entameerde en die wat hem betreft, uitliep op de samenvatting: “fatsoen moet je doen”, is het ministerie van Binnenlandse Zaken vorig jaar begonnen met een discussieprogramma op meerdere plekken in het land. Daaraan namen 200 mensen  deel. Dit mondde voorlopig uit in een ‘burgerschapskalender’ die momenteel via gemeenten en bibliotheken, wordt verspreid. Al eerder bleek uit een opinieonderzoek dat de ‘gemiddelde Nederlander’ onder goed burgerschap verstaat: respect, betrokkenheid op elkaar en betrokkenheid bij de toekomst.
Tegelijk loopt een project om geformuleerd te krijgen wat van een verantwoordelijke overheid mag worden verwacht.
Intussen is, ook bij de minister zelf, Guusje ter Horst, de vraag gerezen of de overheid zich hiermee, met hoe burgers zich zouden moeten gedragen ten opzichte van elkaar, wel moet bezig houden. Ik verwijs verder naar het Trouw-artikel.

Als kleine bijdrage aan de deze discussie breng ik hier het adagium van Spinoza in herinnering:


Alles waartoe men noch door beloningen noch door dreigingen te brengen is, behoort niet tot de rechtssfeer van de staat.
                                             [Spinoza, Politieke verhandeling, H3,
§8]