Angst is een slechte leermeester….

0
7
Het kan altijd nog erger, maar dit was toch ook al zeer duidelijk.
Nederland lijdt onder een angstpsychose. We worden met z’n allen de dupe van onze eigen normen en waarden.
De vrijheid van meningsuiting stijgt ver uit boven het besef van persoonlijke verantwoordelijkheid.
De vrijheid van vereniging staat toe het verschil tussen een politieke partij en een criminele organisatie te laten verbleken. Tot men dadelijk ook nog eens tot deze ontdekking komt, dat je van de laatste een politieke partij kunt maken, dan zit je veilig. Je wordt onaantastbaar. En je kunt het hele land laten sidderen en beven voor het afgeroepen onheil, dat je vooraf goed hebt kunnen inschatten. Wanneer je tenminste dat bent, waar je je al geruime tijd voor uitgeeft.
Maar welk geluk is ons land beschoren!
We hebben een doortastende minister van Buitenlandse Zaken. Lid van een partij, die al geruime tijd de brutaliteit bezit nog steeds de >C< in haar naam te behouden. En daarbij – volgens eigen woordgebruik – aangeeft voor gelijkaardige Normen en Waarden te staan.

Genoemde minister verschijnt op een dag meermalen voor de televisie. Waarin hij zegt stappen ondernomen te hebben, het onheil getracht te hebben afgewend. Maar dezelfde Normen en Waarden geven hem weinig of geen kans.
En het nederlandse volk weer een beetje meer inzicht juist in die Normen en Waarden, die door die partij worden voorgestaan.
De minister produceert vier keer een gelijke boodschap, met steeds enigszins andere bewoordingen. Maar de oplettende luisteraar doet nog een andere ontdekking.
Van de vier keer wordt driemaal als eerste argument voor de Nationale Zorgen genoemd
De Schade die kan ontstaan aan de Ambassades, de in het buitenland gevestigde Ondernemingen en de internationale handel. En slechts een keer wordt als eerste genoemd de Schade, die zou kunnen ontstaan aan de militairen, die in het buitenland onze internationale – en zeker geen nationale – verplichtingen nakomen. En dan pas de risico’s, die we met z’n allen als bevolking lopen door terroristische aanslagen.

Want, zoals wij geen enkel onderscheid kunnen zien of ontdekken, wanneer we moslems in hun traditionele gewaden over wegen en paden zien trekken, zij op hun beurt kunnen nooit weten, wie op Nederlands grondgebied wel of niet behoort tot die politieke partij, die dit alles over ons land afroept. En als het zo ver zal zijn, dan lijkt ons jammeren op dat van de Palestijnen in de GAZA-strook, die zich ook van geen kwaad bewust schijnen te zijn, omtrent het leed, dat ze in Israël veroorzaken. Maar zoals wij die politieke leider moeten aanvaarden, zij zich ook deel van hun politiek moeten zijn.
We weten nu dus, dat ons persoonlijk leed minder belangrijk zal zijn, dan dat welke aan onze economie en staatsbezit kan worden aangericht.
De minister zal zich best wel weer onvoorzichtig uitgedrukt hebben, zodat het verkeerd begrepen kon worden.

Maar alleen al dat zulk misverstand kan ontstaan is al tekenend voor het kaliber waaruit wij tegenwoordig onze politici moeten kiezen. En dan durven aangeven hoe wij de, hun Normen en Waarden tot die van de onze gemeenschap moeten maken.

Eerst de economie, dan het volk.

Als W. zo moedig is, als de SP hem toedenkt, dan bekeert hij zich nu en niet straks op zijn sterfbed, hoe hard dit ook moge zijn. In dubbel opzicht.