Als schepen in de nacht …

0
68
Onlangs heb ik Spaak weer ontmoet !
 
Dat was -grofweg gezegd – de derde keer.
De eerste keer leerde ik hem kennen.
Als klasgenoot op de lagere school. En al gauw wist de hele klas, dat hij op de fiets geboren was. Hij wilde als zesjarige al wielrenner worden. In de tweede klas fietste hij al iedereen onderuit. En omdat hij lang en mager was en bleef was zijn bijnaam al gauw de Spaak. Maar het ging veel verder dan dat ! Iedereen verprutste wel eens wat. Alleen Spaak stak een spaak in een andersmans wiel ! Wanneer iedereen zijn extra best ging doen, dan > deed hij nog een rondje<. Deden wij er nog een schepje boven op, dan schakelde hij er nog een tandje bij. En zo verder…
 
De tweede keer was de verbazing groot, toen zijn lange lichaam in de deuropening van de kazernekamer verscheen, waar ik net voor het eerst mijn kastje had ingericht. In onze diensttijd was er weinig over hem te zeggen. Hij fietste ieder weekeinde, als hij thuis was. Voor wij zouden afzwaaien wisten we, dat hij als ploegleider was ingehuurd bij een buitenlandse sponsor-firma, iets wat toen net in zwang kwam.
Dat ging nog moeilijk, omdat de legerleiding bang was, dat hij militaire geheimen zou verkopen daar !! 
Ik had mijn best gegaan zijn carriere zo goed mogelijk te volgen, maar na het trouwen kwam daar niet zo veel meer van.
En bleef Spaak een goede, mooie herinnering aan een fijn, goed en sportief mens.
Spaak viel bij twee dingen op. Hij blonk uit in sport, maar daar kon ik me niet over verwonderen. Zijn tweede hobby bleek, dat hij een enorme hekel had aan roken. tabako was het belangrijkste gif, dat er bestond. En dat was in de tijd dat het spreekwoord >Het is geen man, die niet roken kan<< nog helemaal in zwang was. Maar eens vertelde hij me, dat zijn geliefde oma in het behaardentehuis was >vermoord< door haar buurman, die kettingrookte. Zij, die zelf nooit tabak had aangeraakt, was aan longkanker gestorven. En dat had hem er toe gedreven iedereen tegen dit gevaar te waarschuwen.

En zo kwam de derde keer. Net zo onverwacht, gewoon ergens in de stad. We stonden allebei voor een open brug te wachten. Tot mijn verbazing viel hij om mijn hals en trok me bijna een bijna verlaten terras op.

Een kopje koffie, dat moest kunnen ! Hij was zijn emotie te boven toen we stoelen onder het tafeltje wegtrokken.
Ik had weinig te vertellen. Huisje, boompje, beestje !
 
Toen het in de sport voor hem over was, had hij door zijn reizen een vreemde hobby ontwikkeld. Hij fokte – of kweekte ?? – zijdenrupsen. Die net als eeuwen eerder bestemd waren voor de textielindustrie. Zijn handel profiteerde van de ervaringen, die hij ter plaatse, deels op de fiets, had opgedaan. Zo was hij twee jaar ploegleider van een italiaans kleding- en mode-bedrijf geweest.
Om de taal beter te leren, dan hij al toerend met de Giro had opgedaan, was hij een cursus >italiaans< gaan doen bij de Volksuniversiteit. En dat was weer de reden, dat hij een zeer speciale levenservaring had opgedaan. En die wilde hij me graag vertellen.

>> De medecursisten kregen in de koffiepauze gelegenheid om een sigaret te roken, Dat betekende, dat ik veiligheidshalve maar in het klaslokaal, waar de cursus gegeven werd bleef zitten. Het was een heel gemeleerd gezelschap, meest dames en in alle leeftijden, Ik was een van de oudsten. De knapste dame van het gezelschap was een jonge vrouw van rond de dertig. Een, die zo van een advertentiefoto-sessie zou zijn terug gekomen. Het meest opvallend was haar prachtig lange, zwarte haar dat met veel grote en kleine krullen rond haar gezicht en langs achter tot haar middel om laag viel.

Zo kwam ze een keer van die koffiepauze terug en vroeg aan mij, of ik niets wilde drinken.
Met een paar woorden kon ik haar uitleggen, dat het problem niet het drinken maar het roken was. Zonder iets te zeggen ging ze terug en kwam met een beker koffie terug. En dat herhaalde zich in de daarop volgende weken.
Enkele maanden later kwam ze na drie minuten al terug en vanaf die keer gebruiken we samen de koffiepauze rookvrij. En zo kwam ik achter haar levensverhaal. Ze was verpleegster en had ook het roken afgezworen, toen ze geconfronteerd was met al die mensen, die wat >>minder op het roken gereageerd hadden dan gewenst<<.
Ook het volgende cursus jaar werd dit contact voortgezet. Ik werd zelfs op haar verjaardag uitgenodigd en leerde zo wat van haar vriendin kennen. Familie had ze kennelijk niet veel.
Tot ze op een avond ontbrak. De cursusleider zei, dat hij haar ziekmelding had ontvangen, maar verder geen informatie had. Tot dit een aantal weken duurde.
Ik ging naar haar huis. Ik was er tenslotte al eens eerder op uitnodiging geweest. Maar er deed niemand open. Een buurvrouw, die me aan de deur zag staan vroeg aan me > Weet u dan niet, dat ze in het ziekenhuis ligt en geopereerd is ?<. Ze wist niet in welk ziekenhuis.
Weer een maand later vertelde een van de andere cursisten, dat ze haar op straat was tegen gekomen. En daar in tranen vertelde had, dat ze nog maar dire maanden te leven had. Darmkanker.
Ik besloot haar op te bellen en zij maakte een afspraak met me. In de daarop volgende weken hebben we elkaar veel gezien. Later in het voorjaar ging ik met haar wandelen, ik wandelde en zij zat in haar rolstoel. Rondom ons in de parken en langs de vijvers nieuw leven alom en tussen ons in letterlijk de dood.
Toen belde ze mij op. >Ik heb liever niet dat je meer komt. Ik ben niet om aan te zien en ik wil niet, dat je me zo zult herinneren als ik nu ben>.
Dat moet je accepteren, dus bleef ons contact beperkt tot een bloemetje van de Fleurop en een prentkaart met mooie bloemen. En zonder opschrift als >>Van harte beterschap<< of zo !
Het was een koude, natte zaterdagmorgen, dat ik werd opgebeld.
:: Ja, u kent me niet, maar Amelie ligt hier. Wij verzorgen haar bij ons in haar laatste uren. Zij heeft naar u gevraagd. Kunt u hierheen komen ?<.
Ik sprong op de fiets en reed zo gauw ik kon naar het opgegeven adres.
In een achterkamer lag zij op een eenpersoonsbed. En ik heb daar gezien aan dat bed. Tot ze moest plassen. De twee dames, die haar opgenomen hadden zeulden haar naar een soort kinderstoel, maar ik was de kamer al uit. Maar ze had het laken teruggeslagen waar ik nog bij was. Onder de wanstaltig dikke buik stak haar witte slip bleek af. Haar huid had een blauwige glans, waarschijnlijk omdat ze daar onthaard was. Maar ze was er mager tot op het bot. De tegenstelling was schokkend. Alsof je in een open graf keek !
Terwijl ik in de woonkeuken wachtte, kwam ook de dokter nog een keer langs, die direct nadat ze weer op bed was gezegd zich met haar bezig hield. Binnen tien minuten was hij terug in de woonkeuken en zei tegen ons > Het is nog een kwestie van een paar uur. Daar moeten jullie maar rekening mee houden.< Een van de dames zei tegen me, dat ik er nog even naar toe moest gaan om echt afscheid te nemen.
Amelie lag weer recht op bed. Toen ik binnen kwam, richtte ze zich op van haar kussen, zover als het ging en stak haar rechterarm naar me uit. Ze trok haar hoofd op mijn schouder, kuste me lang en nadrukkelijk.
En zei toen zachtjes iets, dat ik tot nu en zeker mijn verdere leven niet vergeten zal en kan.
>Ik zal jou nooit vergeten !!<
Hoe komt een stervende erbij, om te beloven, dat ze (hij) iemand nooit zal vergeten ?
Alsof ík degene was, die heen moest gaan ?
Ik kan je wel vertellen, dat het omgekeerde net zo waar is, als zij haar belofte echt waar zou kunnen maken.
Ik ben haar nooit vergeten. En, alsof het een ware geliefde van mij geweest zou zijn, ik had niet meer van haar kunnen houden, dan dat ik op dat ogenblik deed.
Ook de uitvaart en de begrafenis – met veel vrienden en college’s – hebben er voor mij onvergetelijke dag van gemaakt.

Na een korte stilte vroeg ik aan hem
>En, ben je ooit achter de betekenis van die vraag kunnen komen ?
> Nee, het enige, dat ik een keer durfde concluderen was, dat ze op dat ogenblik een blik in het hiernamaals mocht werpen en mij er op deze manier getuigen heeft willen laten zijn. Anders zou ik niet weten.

Maar vanaf dat moment ben ik wel anders over de dood gaan denken.
 
Als schepen in de nacht… Wie weet wat de bestemming van de ander is, of waar die vandaan komt ??
Wat blijft er nog over als de lichtjes in het donker verdwijnen ?
Spaak kijkt me lang aan. Ik had de vraag kennelijk zelfs uitgesproken.
Hij lachte wat en zei >>Een deuk in je ziel !<<.