Aan ‘Spinozaas Godtvergeeten rot’ (ofwel spinozisten)

0
16

In het blog van gisteren liet ik weten dat het boek dat Spinoza-bestrijder François Halma in 1698 uitgaf [Het leven van B. de Spinoza, met eenige aanteekeningen over zyn bedryf, schriften, en gevoelens: door den heer Bayle, leeraar der wysbegeerte te Rotterdam (…).] door Google op internet is gebracht.  Ik ben erin gaan grasduinen en haal hier graag een paar citaten naar dit weblog.

Uit de Opdragt

Ik biede UL dan, geëerde Broederpaar, en geachte Vrienden dit bondige en doorkneede Werk aan, door 't pronk der Fransche Schryvers, in hunne taal, tegens 't rampzalig Ongodistendom, doch byzonderlykst tegens Spinoza opgestelt, en van my, zoo klaar en krachtig als 't doenlyk was, en d'Overnatuurkundige stoffe het lyden wilde, in d'onze overgebragt. Uwe liefde en hoogachting tot de Waarheit, en de geheimenissen der Goddelyke Openbaaring, die my altoos bleek, is hier toe een tweede prikkel geweest, en gaf my voor af verzekering, dat d'Opdragt en 't Werk van UL met genegentheit zoude ontfangen worden. De beruchte naam van Spinoza een Ongodist van belydenis, schrikke UL niet af, schoon hy hier op het voorhoofd word gezien. 't Levensverhaal van Godtloozen en Ongeloovigen, is zoo wel by de H. Schryvers geboekt dan dat van de Godtsdienstigen en Heiligen: want strekken de laatsten ten baak van navolging, d'eerste van voorbehoeding, en toezicht, op dat wy, naar * Paulus taal, niet in 't zelve oordeel van ongeloof zouden vallen.

Op p. 73 komen we de volgende opwekking tegen:

Spinozaas Godtvergeeten rot ,
Schryft nimmer weer van Wet of Godt,
Want uw bedrog ziet al de waereld,
Hoe gy 't vernist, of vals bepaereld. 

Op p. 167 blijkt hoeveel erger het Spinozistische gevaar is dan de aanvallen indertijd door Hertog Alva. De laatste kostte je je lichaam, maar de eerste je ziel!

Alleenlyk zeggen we, dat een waar Christen met geen minder reden yst voor den naam en de schriften van Spinoza, dan eertyds de Nederlanders voor den Hertog van Alba, en het vreeslyk geloofsonderzoek ; want zy weeten, uit den mond van hunnen Heer, dat de ligchaamsmoord niet met al is, in vergelyking van 't beschadigen der ziel; welk eerste alleen door de Spaansche wapenen kon bereikt worden daar die van d'Ongodisten zelfs voor de ziel vergiftig en verderflyk zyn.

Indien dan iemant vraagt, wat meerder is te vreezen ,
Duc d’Albaas wapenkreet,
of 't Spinozistendom;
 Der laatsten moordgeweer zal doodelyker weesen,
Dan 't bloedig Slagzwaerd van des Hartogs oorlogsdrom.