Spinoza’s denken over oordelen en willen

0
74

Martin Lin [cf. dit blog en ook ditblog], bracht zijn in 2004 gepubliceerde artikel “Descartes
and Spinoza on Judgment” onlangs naar academia.edu. De locatie staat er niet in of bij vermeld,
maar die is te vinden in zijn CV en dan blijkt het om een bijdrage te gaan aan: Antonella
Del Prete (ed.), Il Seicento e Descartes:
Dibattiti cartesiani
. Florence: Le Monnier Universita, 2004, 269-291 [cf.]

Ik neem hier zijn samenvatting:
I argue that Spinoza’s theory of judgment is, despite important differences,
more Cartesian than is sometimes supposed. In particular, Spinoza's theory of judgment
agrees with Descartes in that they both ascribe an important role to the will
in judgment. This emphasis on the will unites Descartes and Spinoza against the
traditional conception of judgment according to which judgment concerns the
logical form of thought and involves no psychological act. Despite this
important similarity Spinoza adapts Descartes' theory of judgment in order to
render it compatible with his naturalism and parallelism by identifying will
with intellect. I conclude by considering a problem case for Spinoza’s theory
of ideas: sense perception.

Vooral Spinoza’s (enigszins kort door de bocht gestelde) vereenzelviging
van wil en intellect maakt Lin in dit artikel goed duidelijker. Een fundamenteel
artikel waar veel van op te steken valt; goed dat het uit die toch wat ‘obscure’
vindplaats tevoorschijn werd gehaald. Voor mij was verrassend met de neus op ’t
feit gedrukt te worden dat ook voor Spinoza oordelen om een wilsact vragen
(bevestiging, ontkenning of opschorting), juist ook waar die volgens hem al in
een idea zelf te vinden zijn. Spinoza's meest originele bijdrage aan de
filosofie van de geest is immers het idee dat (ook) de geest gestuurd wordt
door natuurwetten (cf. ook de automa
spirituale
in de TIE, II/32).