10 dagen in mei (1945)

0
3
Ja, het werd die avond van de 4e mei 1945 laat !

Voor een jongen van 13 jaar. Tijdens het donker licht op straat was niet vertoond sinds de mobilisatie. In de oorlog haalde men de raarste stunts uit, om nog enig licht op straat in het donker te verschaffen. Het meest ingenieus waren de NSB-ers, die voor een hulpfonds, de Winterhulp, dat gefosforiseerde molen-insignes verkocht. Voor hun goede doel. En dat werkte. Ook niet sympathisanten kochten zo’n ding, letterlijk om op te vallen. Maar deze avond was het licht en er was muziek en men hoorde op straat mensen lachen en zingen.


De scholen waren allemaal gevorderd om de uit Frankrijk en België gevluchte soldaten een onderdak te bieden. Ze lieten zich niet zien. Al moest de overgave de volgende dag nog getekend worden in Oosterbeek, voor hen was het over. We konden dus uitslapen de volgend morgen, wel zouden er weer voedseldroppings worden uitgevoerd.

Omdat bij de eerste, een paar dagen eerder, de radio nog was weggeborgen, wisten wij niet wat er aan de hand was. Maar toen wij die eerste vliegtuigen hoorden, renden we de tuin in. Engelse (*) vliegtuigen, en dan zo laag. En er werd niet op geschoten. Er kwam een regen van goederen uitzetten. Mijn vader dacht aan folders, die ons moesten vertellen, hoe we ons bij de komende bevrijding zouden moeten gedragen. Mijn moeder trok een kleedje van de tuintafel, dat er nogal oranje uitzag en begon als een dwaze naar de vliegtuigen te zwaaien. Pa maande haar tot kalmte, je wist toen maar nooit!

Maar nu, de 5e mei gingen we eerst naar hun slaapkamer, waar een stuk behang van de muur werd getrokken. De rachel, waar het op geplakt was volgde direct en zo stonden we weer oog in oog met al onze »ondergedoken« spulletjes. Onze mooie radio, vlak voor de oorlog gekocht bij oom André. De rood-wit-blauwe en oranje vlaggen. En zo nog wat spullen, waar we geen weet van hadden. We werden weer geïnformeerd uit de eerste hand! En de vlaggen gingen onmiddellijk in de kamer van opa naar buiten.
Op straat trokken allerlei groepen mensen overal heen. Eerst meelopen naar het stadhuis. Daar was het druk met mannen, die van de luchtbescherming leken. Maar het waren alleen hun helmen, die er zo uitzagen. Ze droegen blauwe overalls en een witte band om de arm.
Het gemeentebestuur, die al jaren een nazistische basis had, liet zich wijselijk niet zien. Onze nabijgelegen school zag er nog erg bezet uit, dus gingen we maar weer gauw weg.

Boven op de dijk kwam er een grep mensen aan. Meest jongeren, rond de twintig. Ze duwden een handkar, waar twee stoelen op vast gesjord waren. Ze gingen de VOP in. Wij er achter aan. De groep stopte al gauw voor een huis, waar werd aangebeld. Er werd eerst niet opengedaan. Toen er wat meer geweld gebruikt werd ging de deur wel open en enkele knapen holden naar binnen. Om enkele minuten later met een vrouw naar buiten te komen.
Ze werd op de handkar getrokken en zo gauw ze zat, begonnen er drie anderen haar haar te knippen. Grote happen gelijk. Het leek net een duinlandschap. Witte plekken huid met hier en daar nog een klein bosje, plukje haar. Men trok haar weer van de kar omlaag. Ze waande zich veilig toen ze weer in de huisdeur stond. En draaide zich om. Hief de rechter arm en brulde keihard >>Heil Hitler!<<. Helaas voor haar net te vroeg, want voor ze de deur dicht kon smijten, was een aantal van de groep haar naar binnen gevolgd. Beneden op straat konden we haar schreeuwen horen.
Ik vroeg, wat ze dan wel gedaan had. Toen men zei, dat het een »stoeka« was, zei me dat niets. Dat is toch een duits vliegtuig? Ja, zij was een moffenhoer. Maar ook het woord hoer zei me niets. Dat is een vrouw, die met een man, waar ze niet mee getrouwd is naar bed gaat! Nou ja, als ze dat nou leuk vindt ? Ja, maar dan wordt er ook geneukt. Ook dat zei me toen nog niets.

Inmiddels waren de kerels weer naar buiten en de hele groep met de handkar op weg naar een volgend adres. Daar was het de beurt aan een vrouw, een meisje nog. Ze was nauwelijks gekleed. Twee zware borsten in een onderjurk en een uitpuilende buik. Maar de groep had daar geen boodschap aan. Ook haar smerige lange haren moesten eraf. Ze gaf geen kik, maar dat kwam door haar heftig huilen.

Ik ging terug naar huis en op enige afstand hoorde ik van nabij schieten. Dat kon toch niet? Het was toch over? Maar opnieuw het geluid van geweren en een mitrailleur. Er kwam een stroom mensen vanaf de haven onze straat in rennen. Weg, weg, weg.
Wat was er gebeurd ?
In de haven lagen een aantal schepen en scheepjes van de Kriegsmarine. Bij het uitbreken van de spoorwegstaking, ruim een half jaar eerder, waren die juist de haven binnen gekomen. Maar de laatste spoormannen, die in dienst waren hadden de brug dichtgedraaid en de »sleutel«, een groot soort zwengel in de haven gegooid. Zonder technisch ingrijpen zou die brug nooit meer open kunnen. Hiermee waren ook die marineschepen gedoemd om daarop te wachten. Voor een aantal »stuka’s« waren ze echter een uitkomst. Die hadden zich uit de voeten gemaakt en zich aan boord verschanst. Kwam voor de matrozen en de meiden allebei wel goed uit. Maar de opgezweepte menigte »knippers« wilde zich hierdoor niet laten weerhouden. En overtraden zelfs de oudste zeevaartregels, dat je nooit ongevraagd aan boord van een schip mag komen. Hierdoor voelde het marine-personeel zich gerechtigd op te treden en van de wapens gebruikt te maken. Hierdoor vielen er zelfs na bevrijdingsdag nog doden en gewonden. Een jongen, die op een naburige school zat, werd door twee mannen afgevoerd. Liggend op een handkar, met zijn handen om een been, dat er bijna letterlijk afgeschoten was. Heftig bloedend. En ik weet niet eens waarheen, want het ziekenhuis was in een totaal andere richting.
Ook was het moeilijk een overzicht te krijgen. Want het uitzicht werd sterk beperkt door het ongelooflijk grote aantal vlaggen, dat in eens te voorschijn was gekomen en nu oprecht fier vanaf de gevels was uitgestoken.
 
Voor de deur van de winkel van mijn vader zag ik de eerste colonne militaire voertuigen langs trekken, weer met meer mannen in de blauwe overalls, dan echte soldaten, die wel allemaal achter het stuur zaten.
En weer de opmerkingen van mensen, die langs de straat stonden te kijken. >>Kijk die<< en >Kijk die en die, die zijn nooit bij de Ondergrondse geweest!< Later bleek, dat zij zich inderdaad vlak voor de bevrijding aangemeld hadden.

En in een van die optochten liep ook een groep mensen mee, die minstens 5 jaar geprofiteerd hadden van hun lidmaatschap van de NSB. Zo werden ze de stad uitgevoerd en kwamen terecht in een langs de rivier ingericht interneringskamp >De Vergulde Hand<, genoemde naar een overliggende bekende boerderij met de zelfde naam. In dat kamp, met heuse wachttorens en prikkeldraad-afzetting moesten zij hun rechtszaken afwachten.

Van alles was echter het bevrijdingsgevoel het sterkst. Verder ging de feitelijke toestand van gebrek aan alles en nog wat gewoon door.

Dat had langer nodig om zich te herstellen, dan die tien dagen in mei 1945. In ieder geval
Een Goede Afloop!

(*) Omdat niemand precies wist uit welk geallieerd land een vliegtuig kwam, sprak men in het algemeen over een Engels vliegtuig. Maar daar konden best Polen, Canadezen of zo inzitten.